Manifest Duurzaam GWW 2030 | Technisch Weekblad
Nieuws

De weg naar een duurzame GWW


Manifest Duurzaam GWW 2030

Door: Loet van Bergen

 

Eind 2020 liep de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 af, maar de ambitie om duurzaamheid een integraal onderdeel van alle GWW-projecten te maken, is zeker niet van de baan. Het afgelopen halfjaar gingen overheidsopdrachtgevers en ondernemers samen op zoek naar een geschikt vervolg op de Green Deal 2.0. Met succes, want het Manifest Duurzaam GWW 2030 staat in de startblokken.

Met als doel dat in 2024 duurzaamheid een integraal onderdeel is van alle spoor- en GWW-projecten. Henkjan van Meer, beleidsadviseur Duurzaam opdrachtgeverschap bij de Unie van Waterschappen en lid van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie, en Joost Fijneman, programmamanager Duurzaamheid bij CROW, zijn samen met een aantal anderen uit de sector de drijvende kracht achter DGWW2030. De redactie van Technisch Weekblad sprak met Joost Fijneman over het Manifest GWW 2030.

 Geschiedenis
“Met het programma verduurzaming van de GWW-sector zijn we in 2013 begonnen met de eerste Green Deal Duurzaam GWW”, vertelt Fijneman. “Het begon met een aantal bedrijven, werkzaam in de grond, weg- en waterbouw, maar ook andere partijen uit de sector, die besloten om de eerste DGWW te starten. Zij hadden een sterke behoefte aan meer duurzaamheid binnen hun projecten. Om hieraan te voldoen, voegden ze bestaande instrumenten voor het meten van duurzaamheid, waaronder de CO2-prestatieladder, het Ambitieweb, de Omgevingswijzer en DuboCalc, samen in de Aanpak Duurzaam GWW.” Begin 2017 is de Green Deal Duurzaam GWW ondertekend door opdrachtgevers, opdrachtnemers, kennisinstellingen, toeleveranciers en adviesbureaus, in totaal ruim 60 partijen uit de sector. De partijen zijn divers en komen uit de gehele Spoor en Grond-, Weg- en Waterbouwsector, maar ze zijn allen gelijkgestemd. “Het is een unieke samenwerking om duurzaamheid in de sector naar een hoger plan te tillen. En daarmee een praktische en uniforme aanpak voor iedereen in de markt om duurzaamheid in GWW-projecten te concretiseren. De Green Deal Duurzaam GWW liep eind 2020 af, maar de ambitie om de GWW te verduurzamen verandert niet. De manier waarop marktpartijen dit willen bereiken wijzigt wel. Daarom heeft de Green Deal een vervolg in het Manifest Duurzaam GWW 2030 gekregen, een samenwerking tussen overheden, marktpartijen en kennisinstellingen die achter de duurzaamheidsdoelen voor GWW staan en deze willen realiseren door toepassing van de Aanpak DGWW. Met als hoofddoel: uiterlijk medio 2024 moet duurzaamheid een integraal onderdeel uitmaken van alle spoor-, grond-, water- en wegenbouwprojecten. Het Manifest DGWW 2030 gaat partijen in de GWW-sector helpen om de complexe landelijke en regionale afspraken en akkoorden over duurzaamheid handen en voeten te geven”, is de overtuiging van Fijneman. De Aanpak Duurzaam GWW is hierbij leidend. Door deze aanpak vaker én eerder in het proces toe te passen, ontstaat er een herkenbare aanpak. Opdrachtgevers kunnen daardoor van elkaar leren en marktpartijen zien eenheid in de aanpak ontstaan”, aldus Fijneman. 

Foto: Joost Fijneman

Waarom DGWW2030?
Twee Green Deals en vele jaren ervaring hebben geleid tot een breed gedragen en gestandaardiseerde Aanpak Duurzaam GWW. Bij deze procesaanpak wordt duurzaamheid het liefst zo vroeg mogelijk geïntegreerd in het proces van initiëren, analyseren en ontwerpen. De aanpak wordt echter nog niet breed toegepast. Fijneman: “Uit de praktijk blijkt dat de ambitie nog niet is behaald. Dat wil niet zeggen dat partijen er niet mee aan de slag zijn gegaan. Op projectniveau zien we mooie voorbeelden waarbij de Aanpak Duurzaam GWW geleid heeft tot substantiële resultaten op het gebied van CO2-reductie, materiaalgebruik en milieu-impact. Maar over de gehele sector kunnen we nog geen significante verbeteringen aantonen. We merken dat het toch nog vaak lastig is om duurzaamheid concreet en meetbaar te maken in GWW-projecten. Om de ambitie te halen, moeten meer gemeenten actief gebruik maken van de aanpak en de resultaten beter monitoren. Daarnaast zijn er ook nieuwe ontwikkelingen, zoals de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infraprojecten (KCI) voortkomend uit het Klimaatakkoord, en de routekaarten om te komen tot schoon en emissieloos Bouwen (SEB), voortkomend uit de nieuwe aanpak rond stikstof en het Schone luchtakkoord, waar we de Aanpak Duurzaam GWW 2030 op willen laten aansluiten.”

 Duurzaamheid als ‘Business as usual’
Om de grote, duurzame transities in de infra te realiseren moet volgens Fijneman duurzaamheid een integraal onderdeel uitmaken van alle spoor-, grond-, water- en wegenbouwprojecten. “Want duurzaamheidsbeleid ontwikkelt zich snel. Met DGWW2030 willen we de partijen in de sector helpen om zo effectief mogelijk alle regels en afspraken te concretiseren en hier in projecten aan te voldoen. Op deze manier helpt het partijen beleid en projectuitwerking beter aan elkaar te koppelen en de beleidsuitvoering succesvol te maken. We verwachten natuurlijk van alle betrokken partijen dat ze actief deelnemen. Deelnemers moeten zelf de Aanpak Duurzaam GWW toepassen én de problemen delen waar ze op het gebied van verduurzaming tegenaan lopen. Om projecten met een duurzaam resultaat te bereiken is een aanpak nodig die duurzame ambities scherpstelt en helpt herkennen en vervolgens integreert in alle projectfases.”

Plannen voor 2022
“De activiteiten voor 2022 dragen bij aan één of meer themalijnen van het manifest. Deze themalijnen moeten eraan bijdragen dat duurzaamheid in 2024 een belangrijke rol speelt bij alle GWW-projecten. Waar we naar toe willen is dat meer partijen gebruik gaan maken van de Aanpak DGWW. Dit door middel van voorlichting over de Aanpak DGWW, waarbij het handelingsperspectief centraal staat: hoe kan de Aanpak DGWW helpen om mijn duurzame doelen te bereiken? Om de Aanpak DGWW integraal te gebruiken, gaan we een Digitaal Ambitieweb opzetten, ontwikkeld door CROW in opdracht van de provincies, klaar voor gebruik voor alle GWW-opdrachtgevers. Daarnaast gaan we beleidsontwikkelingen faciliteren zoals KCI en SEB. Zodra de roadmaps van de Rijksprogramma’s ‘Klimaatneutrale en Circulaire Infra (KCI)’ en ‘Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)’ gepresenteerd zijn, gaan we daarmee in DGWW2030-verband aan de slag. Verder willen we het netwerk van DGWW versterken en breiden we de Communities of Practice (CoP’s) verder uit (waar nodig). Ook starten we een regulier overleg op met de instrumentbeheerders, om ervoor te zorgen dat het instrumentarium dat hoort bij de Aanpak DGWW (Omgevingswijzer, Ambitieweb, Dubocalc en CO2-prestatieladder) goed blijft aansluiten bij de behoeften van de gebruikers én dat de instrumenten goed aansluiten op elkaar. Tenslotte willen we naar een uniforme monitoring van de resultaten. In 2021 heeft DGWW al opdracht verstrekt om met koplopers vanuit de decentrale praktijk te komen tot zes KPI’s waarop een uniforme monitoring gewenst is. In 2022 ontwikkelen we een dashboard waarmee elke overheidsopdrachtgever inzicht kan krijgen in de ontwikkeling op deze KPI’s én waarmee we het cumulatieve effect voor DGWW2030 kunnen laten zien.”

Aanleg fietsstraat zo veel mogelijk elektrisch en emissievrij

80 procent minder stikstofuitstoot en een besparing van 8.000 liter diesel

Heel veel groot en klein materieel is elektrisch en emissievrij, bij de aanleg van de fietsstraat in de Hugo de Grootstraat. Een mobiele kraan, knijperauto, een midigraver, een veegzuigauto, een knikmops en zelfs een trekker-opleggercombinatie. Maar ook trilplaten, trilstampers en ander klein materieel. Per dag scheelt dat zo’n 180 liter diesel. Ook wordt de uitstoot van fijnstof en stikstof met zeker 80 procent verminderd en is er veel minder asfalt nodig. Begin mei wordt de misschien wel ‘meest duurzame fietsstraat van Nederland’ opgeleverd.

Groot elektrisch materieel

Elektrische auto’s zijn inmiddels een steeds normaler verschijnsel in Nederland. Ook komen er steeds meer elektrische bussen, al heeft Arnhem met zijn trolleys daar al veel langer ervaring mee. Er komt nu in Nederland langzaam maar zeker (zwaar) elektrisch materieel voor de wegenbouw beschikbaar. Maar dat het allemaal gericht op één project wordt ingezet, dat gebeurt nauwelijks. Bij de aanleg van deze fietsstraat wordt op de bouwlocatie zoveel mogelijk elektrisch materieel ingezet. Alleen als dat niet kan, is biodiesel het alternatief.

Schonere lucht en minder lawaai

‘Zeker in woonwijken willen we zoveel mogelijk emissievrij werken’, aldus wethouder Mobiliteit (Arnhem) Roeland van der Zee. ‘Dat levert gewoon schonere lucht op. Maar ook scheelt het een hoop lawaai voor de omwonenden.’ Wat Arnhem betreft is dit niet eenmalig. Van der Zee: ‘We willen kijken wat er mogelijk is als we wegwerkzaamheden of reconstructies zo duurzaam mogelijk willen uitvoeren. Is het haalbaar, technisch, maar ook financieel? We gaan dit project op die punten goed evalueren. Vervolgens gaan we met onze aannemers kijken of dit veel vaker mogelijk is.’ Bij dit project wordt er op de bouwplaats circa 8.000 liter diesel minder verbrand, zo’n 180 liter per dag. Daarnaast wordt er 80 procent minder fijnstof en stikstof en 30 procent minder CO2 uitgestoten.

Waar laad je een elektrische graafmachine op?

Eén van de uitdagingen is: waar moeten de elektrische graafmachines en vrachtwagens aan de laadpaal? ‘Een gewoon auto-oplaadpunt heeft vaak onvoldoende laadvermogen’, aldus Van der Zee. ‘En bovendien wil je ook niet dat zulk materieel ineens een hele nacht in een woonwijk staat op te laden.’ Het zware elektrisch materieel zal daarom gebruik maken van een oplaadmogelijkheid op bedrijventerrein Kleefse Waard, vlakbij de bouwlocatie. Daar zijn oplaadpunten met een hoog vermogen die daarvoor speciaal zijn ingericht. Die leveren groene stroom, binnenkort zelfs rechtstreeks van een zonnepark dat momenteel wordt aangelegd.

Duurzame materialen

De fietsstraat komt te liggen op de Hugo de Grootstraat, vanaf de aansluiting aan de Merwedestraat, tot de kruising van de Valckenierstraat en de Stadhoudersstraat. Dat is een stuk van bijna 500 meter. Er is veel minder asfalt nodig dan gebruikelijk, omdat er door de innovatieve samenstelling een veel minder dikke laag nodig is, slechts een derde van de normale dikte. Ook de wegmarkeringen zijn zoveel mogelijk op basis van natuurlijke materialen. De huidige bestrating - klinkers en stoeptegels - worden hergebruikt. RHDHV onderzoekt de resultaten op het gebied van emissieloos werken, zoals de reductie van stikstof, fijnstof en CO2.

Foto: Wethouder Roeland van der Zee op een elektrische knikmops.

 

 

 

 

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!