Meer inzicht in energielabels kantoren | Technisch Weekblad
Nieuws
ECN / RVO

Meer inzicht in energielabels kantoren

Kantoren met energielabel G verbruiken bijna twee keer zoveel gas als die met label A. Dit blijkt uit een vorige week gepresenteerd rapport van ECN, dat voor het eerst grootschalig onderzoek uitvoerde naar het werkelijke gasverbruik van kantoren. Voor het onderzoek werd bij 1.000 kantoorgebouwen het energielabel gerelateerd aan het energieverbruik.

Voorheen werd vaak naar het bouwjaar gekeken, maar door renovaties was dat een minder goede maat voor de energetische staat van het gebouw. Niettemin zijn er nog forse verschillen tussen het theoretische verbruik van een kantoor met een bepaald label en het werkelijke verbruik. Het gemeten verschil van 7,5 m3 gas per m2 kantooroppervlak tussen de labels A en G zou volgens de theorie 27 m3 moeten zijn. Dat komt vooral omdat G-label gebouwen in de praktijk veel beter presteren dan volgens de berekening.

‘Slecht ingeregelde klimaatinstallaties vormen een belangrijke verklaring voor het verschil tussen theoretisch en werkelijk energieverbruik’, zegt onderzoeker Jeffrey Sipma van ECN. ‘Daarnaast speelt gedeeltelijke leegstand een rol. Het komt nog regelmatig voor dat lege ruimtes toch verwarmd worden. Daardoor presteren gebouwen minder dan zou kunnen.’

1/3 gasbesparing

Sipma becijferde twee jaar geleden al eens dat beter ingeregelde klimaatinstallaties Nederlandse kantoren 10 tot 15 % op de energierekening zouden kunnen schelen. Een combinatie van maatregelen zou tot een besparing van ruim een derde in het gasverbruik kunnen leiden.

Voor het huidige rapport inventariseerde Sipma ook het elektriciteitsverbruik per vierkante meter. Dat is in gebouwen met het A-label juist hoger dan in die met een G-label. Sipma verklaart dit door te wijzen op moderne klimaatinstallaties, die weliswaar gas besparen, maar wel meer elektriciteit gebruiken. Bovendien werken in hedendaagse kantooropstellingen per vierkante meter meer mensen. Wel blijken voor elektriciteitsverbruik de theoretische berekeningen beter overeen te komen met de werkelijkheid.