Méér vrouwen in de bouw verdient meer aandacht | Technisch Weekblad
Nieuws

Méér vrouwen in de bouw verdient meer aandacht

| donderdag 24 maart 2022
Ingenieurs aan het werk

In gesprek met Anja Vijselaar. Zij is directeur bij vakgroep Energie WSP en is in november vorig jaar gekozen tot Bouwvrouw 2021 in een door Cobouw georganiseerde verkiezing. Dit vanwege haar verbindend en vernieuwend denken en de inzet voor meer diversiteit, vrouwen in de bouw en innovatie. Ze pleit voor meer vrouwen in de bouw. De redactie van Technische Weekblad sprak met haar over de arbeidstekorten in de bouw, infra en engineering sector.

Wat zijn de gevolgen van deze arbeidstekorten?
“De vraag is of er tekorten zijn op de arbeidsmarkt. Het is een kwestie van meerdere factoren zoals onvoldoende efficiency. Als we kijken naar de voorbereidingen in de bouwsector dan worden veel zaken dubbel gedaan waardoor de werkzaamheden niet efficiënt worden uitgevoerd. Neem alleen al de tijd die de vergunningen en het procesmanagement in beslag nemen voordat je daadwerkelijk kunt gaan bouwen. Bedrijven dienen beter te gaan samenwerken en in de beginfase samen om tafel te gaan zitten in een bouwteam. Hierdoor hoef je de voorbereiding maar één keer en is dus efficiënter waardoor veel meer besteedbare uren overblijven voor de operationele werkzaamheden op de bouw.” 

 

Anja Vijselaar, Bouwvrouw van het Jaar 2021

Waarom moet er meer geïnvesteerd worden in personeel?
“Aannemers willen best investeren in personeel, maar zolang deze bedrijven maar een marge hebben van 2 tot 3% op de jaarresultaten, dan biedt dat weinig mogelijkheden om te investeren in personeel. Mijn stelling is dat opdrachtgevers in de bouw moeten gaan werken met langdurige contracten van een jaar of 8 waardoor er een bepaalde continuïteit ontstaat in de werkzaamheden in de komende jaren evenals in de omzet. Wat het weer aantrekkelijk maakt om personeel aan te nemen en daar daadwerkelijk in te gaan investeren. Op dit moment weten de meeste bedrijven niet wat ze tot 2025 moeten gaan maken, orderportefeuilles moeten meer gevuld worden. Er zal meer geïnvesteerd moeten worden in personeel en/of het huidige personeel behouden met betere arbeidsvoorwaarden en wellicht salariëring. Wat je nu vaak ziet is dat door sterk fluctuerende opdrachten bouwbedrijven moeten reorganiseren en het personeel elders werk gaat zoeken en niet meer terugkomt in de bouw.  Ik noem dit het lot van “De Verdwenen Bouwvakker”. Hier moeten we als sector veel zorgvuldiger meer omgaan. Denk daarbij aan samenwerking met scholen en omscholing van mankracht voor onze sector.”

 Hoe kun je de bouw aantrekkelijker maken?
“Om het werken in de bouw aantrekkelijker te maken, zal er meer diversiteit moeten komen en het imago voor de bouw en infra sector verbeteren zeker voor vrouwen. Ik merk dat de bouwwereld onvoldoende aantrekkelijk is voor vrouwen en gedomineerd wordt door mannen. En ook dat schrikt af: een enkele vrouw wil niet tussen alleen maar mannen werken.’ We moeten dus zorgdragen voor meer diversiteit aan personeel binnen het bedrijf. Het werven en behouden van vrouwen staat helaas bij veel bedrijven niet hoog op de agenda, maar we zien verandering en verbetering en dat doet mij goed. Ik heb nog meegemaakt dat we een brochure lieten maken om personeel mee te werven, maar daar stonden alleen maar foto’s op van witte mannen. Deze brochure hebben we snel in herdruk genomen. Dit keer met ook gekleurde mensen en vrouwen. Daarbij horen ook flexibele werktijden zodat je niet elke dag rond half 7 uur op je werk hoeft te zijn en soms ook tijd hebt om bijvoorbeeld de kinderen naar school te brengen. We moeten dus zorgen voor maatwerk – een deel van de tijd thuiswerken bijvoorbeeld. Dan krijgen we meer diversiteit in de organisatie en meer vrouwen mee in de carrièreladder. Het glazen plafond bestaat echt nog wel een beetje echter er zijn veel mogelijkheden. Kijk naar de Rijkswaterstaat als voorbeeld. Hen lukt het wel om vrouwen aan te nemen en zorg te dragen dat de diversiteit wordt ingevuld. We kunnen van hen dus veel leren, hoe hebben zij dit aangepakt. Wat ook belangrijk is, is dat we elkaar als vrouwen steunen, probeer als vrouw ook diversiteit te realiseren.  Om meer vrouwen in de bouw te krijgen, moet het thema nog meer aandacht krijgen. Bij WSP is ook nog een flinke weg te gaan, wel is inmiddels 23 procent van alle medewerkers vrouw. Echter het onderwerp staat op de agenda en alles wat je aandacht geeft dat groeit en bloeit.”

 

Langdurige contactuele samenwerkingsverbanden leiden tot meer efficiency en kostenbesparing

Veel (grotere) gemeenten werken met raamcontracten of convenant afspraken, waarin bij projecten steeds vaker wordt gewerkt in bouwteams. Dit geeft ook rust binnen de gemeentelijke organisatie, want anders zouden ze telkens bij een project een aanbestedingsprocedure moeten volgen, iedere keer weer opnieuw. Nu heb je één keer zo’n procedure gedaan en worden de projecten verdeeld onder de gegadigden.  Samenwerken in een bouwteam biedt vele voordelen. Doordat een bouwteam het hele project van ontwerp tot prijsstelling en nazorg vanaf het begin coördineert tussen de opdrachtgever, aannemer en architect loopt het proces heel wat vlotter. Verschillende onderdelen van het project worden tegelijk opgestart en uitgevoerd. De voorbereiding en bouwtijd kan op die manier aanzienlijk ingekort worden. Dit in vergelijking met een traditioneel bouwproces waar de rol als opdrachtgever snel is uitgespeeld. Zodra de opdracht is gegeven, staat hij als het ware buitenspel. Dat is helemaal anders in een bouwteam. Als opdrachtgever ben en blijf je betrokken en vormt de architect/adviseur het centrale aanspreekpunt in combinatie met de projectleider. Door de expertise van de architect, de adviesbureaus en het bouwbedrijf meteen samen te brengen, worden bouwfouten en andere slordigheden opgespoord nog vóór ze faalkosten genereren. Het budget wordt gerespecteerd én de kwaliteit van het bouwwerk gaat erop vooruit. Dat is alleen mogelijk als de architect en het bouwbedrijf structureel en intens samenwerken en hun plannen en schema’s uitwisselen, zodat ze tot een efficiënte en foutloze detaillering kunnen komen.

 

 Moet er ook meer geïnvesteerd worden in opleidingen?
“Jazeker. De opleidingen moeten gewoon aantrekkelijker gemaakt worden zeker voor meisjes. Heel weinig meisjes kiezen op de MBO voor technische beroepen omdat de scholen te veel gefocust zijn op jongens. Scholen zullen technische beroepen voor meisjes aantrekkelijker moeten maken door enerzijds goede voorlichting, samenwerking met Techniek Lokalen in bedrijven en vrouwelijke docenten als rolmodel. Want de rol van het bouwbedrijf is veranderd van capaciteitsaanbieder naar leverancier van toegevoegde waarde. Opgaven zijn complexer geworden. Er is steeds meer behoefte aan een multidisciplinaire netwerkstructuur. Het samensmelten van diversiteit op het gebied van zowel vakkennis, competenties en vaardigheden vormt de nieuwe sleutel tot succes. Er is meer dan ooit behoefte aan kritische denkers, creatieve probleemoplossers en mensen met een hoge emotionele intelligentie. Kwaliteiten die van nature sneller bij vrouwen tot uiting komen. Met gemengde teams leveren we betere diensten en sluiten we beter aan bij wat er van ons gevraagd wordt in een moderne maatschappij. Vrouwen hebben we hard nodig in de (bouw)wereld van nu en morgen.”

 Welke uitdagingen liggen er voor de bouwsector in het verschiet?
“Ondanks de vele uitdagingen en verbeterpunten, zie ik de markt wel positief in. Ik merk dat steeds meer opdrachtgevers langdurige contracten afsluiten met bedrijven. Alleen omzet technisch is dit nog een punt. Opdrachtgevers dienen daarin hun verantwoordelijkheid te nemen zodat de marges beter worden waardoor bedrijven meer mogelijkheden hebben om op lange termijn te kunnen investeren. Waar we zeker vanaf moeten zijn de tenders waarvoor grote kosten worden gemaakt. Sommige tenders duren meer dan een jaar waar meerdere bedrijven met een team mee bezig zijn en de kosten kunnen oplopen tot wel meerdere miljoenen. En achteraf als je de tender niet wint, dit alleen maar verlies oplevert gezien ook de energie die je hierin gestoken hebt met het projectteam, die je anders voor andere zaken had kunnen benutten. Waar het nu om gaat, is executiekracht en samenwerking. Het eigen belang moet overboord en het kiezen voor zekerheden dient te worden losgelaten. We moeten durven experimenteren en zorgen dat we slagkracht gaan krijgen”, merkt Vijselaar tot slot op.

Meer vrouwen in de bouw

Verschillende bedrijven zoals Dura Vermeer, Shell Nederland en Pon Holding hebben voor enkele jaren terug het Charter Talent naar de Top ondertekend om meer vrouwen in de (sub)top te krijgen voor een evenwichtige top. Bedrijven waarin traditioneel mannen sterk vertegenwoordigd zijn.

De rol van het bouwbedrijf is veranderd van capaciteitsaanbieder naar leverancier van toegevoegde waarde. Opgaven zijn complexer geworden. Er is steeds meer behoefte aan een multidisciplinaire netwerkstructuur. Het samensmelten van diversiteit op het gebied van zowel vakkennis, competenties en vaardigheden vormt de nieuwe sleutel tot succes. Er is meer dan ooit behoefte aan kritische denkers, creatieve probleemoplossers en mensen met een hoge emotionele intelligentie. Kwaliteiten die van nature sneller bij vrouwen tot uiting komen. Met gemengde teams kunnen betere diensten aanbieden die beter aansluiten bij wat er gevraagd wordt in een moderne maatschappij. Vrouwen zijn hard nodig in de (bouw)wereld van nu en morgen.

In totaal hebben meer dan 265 organisaties het Charter Talent naar de Top ondertekend. Wat inmiddels al resultaten heeft opgeleverd zoals blijkt uit de Resultaten Monitor Talent naar de Top 2020. Het gemiddelde aandeel vrouwen steeg van 30,1% naar 32% bij organisaties die het Charter Talent naar de Top ondertekenden.

Bij 66,4% van de nam het aandeel vrouwen in de top toe, bij 23% daalde het en bij 11% bleef het gelijk. 

In 2020 heeft meer dan de helft (58,3%) van de besturen van Charterorganisaties een evenwichtige m/v-verdeling weten te realiseren in de raden van bestuur (RvB).

In 2020 is ook 80 % van de raden van commissarissen (RvC) evenwichtig samengesteld en heeft 85,7% van de raden van toezicht (rvt) een aandeel van minimaal 30% m/v, net zoals in 2019. 

 

 

 

 

 

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!