Nieuws

Model voorspelt hoe blauwalg in Zeeland het loodje legt

Afgelopen maandag presenteerden biologen van de Universiteit van Amsterdam en Rijkswaterstaat in Middelburg de studie ‘Doorspoelen of opzouten? Bestrijding van blauwalgen in het Volkerak-Zoommeer.’

Haarlem – Biologe Jolanda Verspagen deed vier jaar lang onderzoek, nam monsters en stelde de blauwalg in het laboratorium bloot aan verschillende lichtsterkten, temperaturen en zoutgehalten, om de invloed daarvan op groei en sterfte te bepalen. Vervolgens stelde zij een model op. Verkennende berekeningen wijzen uit dat de overlast door blauwalgen sterk kan afnemen als via het Hollandsch Diep zoet water wordt ingelaten, dat vervolgens bij de Bathse spuisluis in de Westerschelde komt. Of door bij de Krammersluizen zout water vanaf de Oosterschelde in te laten, waardoor het meer zout wordt en de blauwalg sterft.

Water afkomstig van de Brabantse rivieren bevat veel nutriënten als gevolg van intensieve veehouderij in Brabant. Die overdaad aan voedingsstoffen is een van de belangrijkste oorzaken van een in elke zomer terugkerend probleem: de vervuiling door blauwalgen die een drijflaag van groene soep vormen en die, als ze afsterven, giftige stoffen afscheiden. Dan mag er zeker niet gezwommen worden, ondervinden omwonenden grote stankoverlast, kan het vee het water niet drinken en sterven er duizenden vogels en vissen. Het gebied is ver verwijderd van wat het had moeten zijn: een zelfregulerend gezond ecosysteem dat voldoet aan de Europese Vogelen Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Blauwalgen of Mycrocysti groeien als het water warmer wordt in kolonies, omgeven door een slijmlaag, ze overwinteren in het sediment. Microcystiscellen bevatten gasblaasjes waardoor ze naar het oppervlak komen, drijflagen vormen en het water verstikken. Wat toxiditeit betreft, die is ‘vergelijkbaar met het gif van een cobra’. Volgens de WHO-norm moet microcystine onder de 20 microgram per liter blijven, maar in een onderzoek in 2000 bleek dat op 48 locaties het gehalte varieerde van 0,15 tot 147 microgram per liter De oplossing van doorspoelen met zoet rivierwater vanuit het Hollandsch Diep is niet zonder problemen. Zo is er in droge zomer veel minder zoet water beschikbaar en kan een aftakking naar het Volkerak-Zoommeer ertoe leiden dat elders meer zeewater binnendringt. Tegenover dit verziltingsrisico staat dat bij afvoer van zoet water naar de Westerschelde aldaar de grens tussen zoet en zout water dusdanig verschuift dat een waardevol vogelgebied de dupe dreigt te worden.

Verzilten van het VolkerakZoommeer heeft alleen zin als het chloridegehalte boven de 10 gram per liter komt (zeewater bevat 17 g/l). En het inlaten van zeewater heeft grote gevolgen voor boeren en vissers. Zoute kwel kan het grondwater bereiken waardoor de landbouw nadeel ondervindt.

Rijkswaterstaat kan het Amsterdams model gebruiken in de planstudie die men nu uitvoert naar alternatieve bestrijdingsmaatregelen voor de blauwalgen-overlast.