Modulair bouwen als oplossing voor woningtekort | Technisch Weekblad
Nieuws

Modulair bouwen als oplossing voor woningtekort

| donderdag 18 november 2021
Bouw & Civiele Techniek

Daiwa House Modular Europe, voorheen bekend als Jan Snel, gaat in Duitsland een fabriek opzetten waar op industriële schaal modulaire woningen geproduceerd kunnen worden. Industrieel bouwer De Meeuw wordt overstelpt met de vraag naar deze snel te realiseren huisvesting. Is modulair bouwen de oplossing voor de grote vraag naar woningen?

‘De tijd herhaalt zich’, zegt Michiel Gieben, marketingmanager van Daiwa House Modular Europe. ‘Na de Tweede Wereldoorlog moesten er ook geïndustrialiseerd woningen worden gebouwd. De bevolking groeide hard en veel moest worden hersteld. Nu zie je ook dat we meer betaalbare woningen moeten hebben en dat dit ook op een geïndustrialiseerde manier moet.’

Daiwa House en De Meeuw zijn bedrijven die daarin specialist zijn. Ze zijn beide ooit begonnen als fabrikant van containerachtige units, bijvoorbeeld om op de bouw in te schaften. Onder de oude naam Jan Snel bracht Daiwa House Modular Europe – het bedrijf uit Montfoort is in oktober door het Japanse Daiwa House Group overgenomen – al tientallen jaren modulaire huisvesting op de markt, net als De Meeuw uit het Brabantse Oirschot.

Beide bedrijven maken modulaire huisvesting op min of meer dezelfde wijze. In een stalen frame van een vaste maatvoering wordt een betonnen vloer gestort. Dit zorgt voor stabiliteit en geeft een kwalitatief goed gevoel. Daar bovenop worden op de vier hoeken stalen staanders en het plafond aangebracht. De buiten- en binnenwanden worden met houtskelet gemaakt. Dit gebeurt allemaal in de fabriek, de afzonderlijke modules worden daarna kant en klaar op de bouwplaats als Lego-blokjes gestapeld.

Honderd woningen in zes maanden

‘Afhankelijk van het type woning bestaat de huisvesting meestal uit een tot vier modules’, zegt Gé Peters, planontwikkelaar bij De Meeuw. ‘We kunnen de modules voorzien van elke gewenste gevelafwerking. Van binnen zijn ze al zoveel mogelijk afgebouwd. Badkamer en keuken zitten er al in. De vloerbedekking kunnen we er al in leggen, de muren al sauzen. We kunnen zelfs de gordijnen al ophangen.’

Het leidt tot een snelle en gecontroleerde manier van werken, zegt Peters. Zo’n zes maanden heeft De Meeuw nodig om een gemiddelde opdracht van honderd woningen te realiseren, net als bij Daiwa House overigens. ‘En doordat we het hele traject zelf doen, is ons proces heel betrouwbaar en komt de opdrachtgever niet voor verrassingen te staan. Het hele proces is van tevoren al uitgedacht.’

Dat maakt modulair bouwen tot een goede oplossing voor snelle huisvesting nu de druk zo hoog is, toch? Gieben: ‘Dat klopt, maar de druk is nog lang niet hoog genoeg. Er wordt veel gesproken over 1 miljoen te bouwen woningen, maar om nu te zeggen dat andere stakeholders snelheid maken… Denk aan gemeenten die bouwgrond beschikbaar kunnen stellen of vergunningsprocedures kunnen versnellen.’

En dan bestaan er nog vooroordelen over modulaire bouw. Al begint het beeld te kantelen, zegt Gieben, er zijn nog steeds mensen die daarbij eerst denken aan een soort containerwoningen. ‘Waar we vroeger moesten uitleggen dat modulair bouwen een serieus alternatief is, hoeven we dat nu veel minder. Het concept modulair bouwen is wel geland.’

Zowel tijdelijk als permanent

Modulair bouwen verloopt sneller, hergebruik is eenvoudiger en de woningen voldoen aan alle eisen in het Bouwbesluit. Bovendien is veel mogelijk. De Meeuw heeft in Amsterdam zo’n duizend appartementen gerealiseerd toen de hoofdstad in korte tijd ongeveer 5000 woningen nodig had – naast ook verschillende scholen, uitbreiding van een ziekenhuis, en kantoren.

Blikvangers in het portfolio van Daiwa House zijn verschillende projecten in de provincie Groningen. Daar bouwde het bedrijf meerdere woonwijken en verschillende andere woningen – tot rijtjeshuizen van baksteen en puntdak aan toe – voor Groningers die door aardbevingen niet meer veilig in hun eigen huis kunnen wonen.

‘Als er woningvraag is en het moet relatief snel gerealiseerd worden, zowel tijdelijk als permanent. Dat zijn de momenten waarop wij gebeld worden’, merkt Gieben dan ook op. ‘Ook woningcorporaties die duurzaam willen bouwen – en dat moeten ze tegenwoordig allemaal – denken vaak aan modulair bouwen. Remontabel bouwen, waarbij je de woning uit elkaar kunt halen en weer hergebruiken, is een groot voordeel.’

‘Vaak kijken gemeenten, wooncorporaties en institutionele beleggers vanuit het perspectief tijdelijke bouw’, vult Peters aan. ‘Dan kom je al gauw uit bij modulair bouwen. Maar onze woningen zijn weliswaar tijdelijk inzetbaar, maar ze zijn geen tijdelijk product. Aan de andere kant zie ik ook dat onze opdrachtgevers niet meer overgeleverd willen zijn aan de markt. Ze willen het klassieke plaatje van architect tot aan aanbesteden loslaten.’

Vandaar ook dat Jan Snel door Daiwa House Group werd overgenomen en daarna in samenwerking met investeerder Capital Bay een fabriek uit de grond stapt. ‘Daar gaan we op grote schaal industrieel woningen produceren; 20.000 units per jaar. De fabriek zal hoog geïndustrialiseerd zijn met robots. Hout, beton, staal erin, en aan de andere kant komen units eruit rollen. Het is een volgende stap in geïndustrialiseerd bouwen.’

De Meeuw is zo ver nog niet, maar heeft wel onlangs een meer geautomatiseerde productielijn voor de binnenwanden in gebruik genomen. Ook kunnen klanten online een gebouw samenstellen. Het Brabantse bedrijf zegt nu minimaal 20 units per dag te kunnen produceren, oftewel minimaal 5000 stuks per jaar. Dat aantal kan worden verhoogd, als de behoefte er is in de markt.

Deel van de oplossing

Eén oplossing voor het woningtekort is er niet. Maar modulair bouwen is wel een deel van de oplossing, en dat wordt door steeds meer opdrachtgevers gezien. Het verschil met nog maar een jaar geleden is groot, zegt Peter. ‘Het is apart dat het sentiment zo snel kan omslaan. Sinds dit jaar worden we weer overladen met aanvragen. Maar nog niet overal. In Amsterdam wordt met modulaire bouw al veel gerealiseerd. In Den Haag en Rotterdam wordt nog weinig met flexwoningen gedaan. In veel steden gaat men nu pas kijken naar het op een andere manier aanbieden van woningen.’

Dat herkent Gieben ook. ‘De vraag stijgt lekker door. Absolute aantallen kan ik niet aangeven, maar er is sprake van forse groei. En aan de andere kant, wij kunnen ze ook produceren. Ik zie steeds meer projecten opgeleverd worden.’ Hij begrijpt het wel. ‘De prijzen van grondstoffen stijgen, de prijs van arbeid stijgt. Door schaalvergroting en door het proces te automatiseren, kun je toch de kosten onder controle houden.’ 

Flexwonen

Als Jurgen Arts van Vastgoedvraag ergens zeker over is, dan is het dat modulair bouwen de toekomst heeft. ‘De richting is voor mij kraakhelder. Modulair bouwen, industrieel bouwen, dat gaat groot worden. Er is personeelstekort, materiaalschaarste, geld is een issue. Dan is het super logisch om industrieel te bouwen.’

Arts spreekt met gezag. Hij heeft als planontwikkelaar zelf enkele projecten met flexwoningen gerealiseerd en werkt als adviseur voor gemeenten, woningcorporaties en het RVO, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

En inderdaad, hij noemt flexwonen. ‘Modulair is de manier waarop je bouwt. Bij flexwoningen gaat het vooral om de tijdelijkheid, 10 tot 15 jaar. Maar er is ook veel overlap, want als je tijdelijk gaat bouwen is er vaak ook een hoge urgentie. Dan ga je anders bouwen en kom je bijna altijd uit op modulair bouwen.’

Modulair bouwen heeft in zijn ogen verschillende voordelen. ‘De kwaliteit is beter onder controle. Ook bij de projecten die ik heb gerealiseerd, waren bijna geen opleverpunten. Je ziet het ook in de snelheid terug. En het biedt een kans tot het meer circulair maken van het proces. Een module kun je ontmantelen tot het casco en daarna weer refurbishen.’

Die voordelen worden steeds meer gezien, merkt hij. ‘De aandacht daarvoor is begonnen bij woningcorporaties, maar ik meen te zien dat andere partijen het nu ook overpakken. Beleggers bijvoorbeeld, en ook veel vakantieparken worden modulair gebouwd. De markt begint volwassen te worden.’

Dat is te zien in het aantal flexwoningen dat wordt gebouwd. Volgens cijfers van Expertisecentrum Flexwonen is de productie daarvan in Nederland gestegen van 3664 in 2019 naar 7106 in 2020. Daar zitten grote projecten tussen: 250 woningen in Helmond, 300 studentenwoningen in Eindhoven, 1200 woningen in drie projecten in Utrecht.

Het beeld van wonen in containers klopt dan ook niet meer, stelt Arts, al zien verschillende gemeenten dat nog wel zo. ‘Dat is het verschil tussen er al mee gewerkt hebben of er niet mee gewerkt hebben. Als je mij geblinddoekt in een goed gebouwde modulaire woning brengt, kan ik eenmaal daar niet zien of het modulair is.’

‘Sterker, modulair bouwen geeft ook de mogelijkheid tot een nieuwe vormtaal. Klassiek is het heel moeilijk verspringen te maken in de bouw. Dat kun je met modulair veel makkelijker en geeft ook weer nieuwe mogelijkheden.’

Maar kan modulair bouwen ook het tekort aan woningen oplossen? ‘Dan kom je op de vraag of dat überhaupt is op te lossen. Maar dat modulair bouwen een steeds groter deel van de bouwvraag wordt, is voor mij zeker.’

 

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!