Na Slochteren de biobased economy | Technisch Weekblad
Nieuws

Na Slochteren de biobased economy

Als Nederland nu inzet op een internationaal georiënteerd, hoogtechnologisch scenario voor biomassa als grondstof voor bulkchemie en brandstof, kan dat een bijdrage leveren van zeven miljard euro aan het bruto nationaal product. Bovendien kan dat een CO2-emissiereductie van 60 Mton (dertig procent van de huidige uitstoot) in het jaar 2030 betekenen.

Dat is de conclusie van een macro-economische verkenning die wetenschappers van de Universiteit van Utrecht en het Landbouw Economisch Instituut van Wageningen UR donderdag bekend maakten. Minister Verburg van Landbouw nam het rapport in Den Haag in ontvangst.

Biomassa kan worden gekraakt tot aromaten of ethanol. Biobased bulkchemie komt binnen bereik door grootschalige vergassing tot synthesegas (CO en H2) waarna bijvoorbeeld de chemiebouwsteen etheen kan worden gemaakt. ‘Dat kan een volkomen groene kunststofindustrie betekenen’, aldus Faaij.

In het meest progressieve scenario kan zestig procent van transportbrandstoffen als diesel en benzine uit biomassa worden geproduceerd. ‘De raffinage daarvan biedt een veel hogere toegevoegde waarde aan de bv Nederland dan aan olie, is duurzaam en vergroot de onafhankelijkheid van Nederland als Slochteren straks leeg is’, aldus Faaij.

De biomassa bestaat uit reststromen en landbouwafval uit Nederland, en ook uit teeltsystemen van bijvoorbeeld Oost-Europese lidstaten. Daar wordt geen graan of maïs geteeld, maar ligno-celluloserijke hout- en grasachtige gewassen als wilgen, populieren en olifantsgras. ‘Ook kan soortgelijke biomassa, mits sterk verdicht tot pellets, uit Latijns Amerika en Zuidelijk Afrika komen’, zegt rapporteur prof. dr. André Faaij van de Universiteit van Utrecht. ‘Transport van dergelijke voorbewerkte biomassa is zowel milieutechnisch als economisch vergelijkbaar met het transport van olie, kolen en gas.’

De onderzoekers gaan er van uit dat er harde voorwaarden gelden voor de teelt van biomassa om te voorkomen dat de gewassen worden verbouwd op landbouwgronden die voor voedselteelt dienen. Faaij: ‘We denken juist aan agroforestery, waarbij landbouwproductie, biodiversiteit en biomassaproductie hand in hand gaan. Ook kan biomassa gedegradeerde, geërodeerde en verzilte gronden verbeteren.’

Veel van de vereiste biomassatechnologie is beschikbaar, het komt volgens Faaij nu aan op eendrachtige samenwerking tussen grote bedrijven als Shell en DSM, en de overheid.