Nederland wil mee naar Mars | Technisch Weekblad
Nieuws

Nederland wil mee naar Mars

Als het aan de ministeries van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ligt, dan doet Nederland mee met de eerstvolgende Marsmissie van de ESA. Dit blijkt uit een gezamenlijk persbericht van NWO/SRON programmabureau ruimteonderzoek, het NIVR en het NPP.

De twee ministeries hebben een gezamenlijke bijdrage van 8 miljoen euro toegezegd om de ontwikkeling van technologie te stimuleren voor deelname aan deze missie.

Het gaat hierbij om de voorbereiding van drie wetenschappelijke ruimte-instrumenten voor de missie ExoMars, die staat gepland voor 2014. Dat wil zeggen, dan moet de ExoMars op de rode planeet landen.

Lees verder onder de afbeelding.

De ExoMars.

De ExoMars moet in 2014 op Mars rondrijden. (Beeld: ESA)



Nieuwe apparaten zijn duur en voor ruimte-instrumenten is dat zeker niet anders. De toegezegde 8 miljoen is dan ook alleen voor de conceptversies van de drie instrumenten. Het is de bedoeling dat één van de drie concepten als beste wordt gekozen door de ESA. Dit instrument zal dan verder ontwikkeld worden.

De ExoMars zal in goed gezelschap zijn: het ruimtevaartuig Phoenix van de NASA probeert momenteel het eerste waterijs onder de bodem van de planeet bloot te leggen, terwijl de wagentjes Spirit en Opportunity nog altijd over de oppervlakte rondrijden. Hierbij komt nog de MarsExpress, die zich in een baan om onze buurplaneet voortbeweegt om hoge-resolutie-foto’s van de oppervlakte te maken. De ExoMars zelf brengt een Marsrover met zich mee, waarmee het op de oppervlakte van de rode planeet al langzaamaan begint te lijken op onze eigen vertrouwde verkeersdrukte. Deze Marsrover draagt verschillende instrumenten met zich mee, waaronder een flinke boor. Het voertuig moet biologisch en geologisch onderzoek gaan verrichten.

De technologieën voor de drie wetenschappelijke instrumenten van de ExoMars, worden door verschillende Nederlandse instellingen en bedrijven ontwikkeld. Zo is TNO betrokken bij de ontwikkeling van de RamanLIBS, een instrument dat de door de boor verzamelde Marsstenen moet analyseren op chemische samenstelling en mineralen. De bedrijven Dutch Space en Lionix gaan zich bezighouden met de ontwikkeling van een zogenaamde Life Marker chip. Dit wordt een biochemisch laboratorium op een chip, dat biologische materialen uit de Marsbodem kan herkennen en karakteriseren. Verder zal het Nederlands ruimteonderzoeksinstituut SRON samenwerken met de bedrijven Xensor en Axiorn aan de uiterst gevoelige elektronica om met het instrument SEIS Marsbevingen en meteorietinslagen op Mars te meten. De gegevens die uit de Marsmissie naar voren komen, zullen hopelijk antwoord geven op de vraag of er ooit leven was op de rode planeet. Ook hopen de onderzoekers van vele landen door de missie een beter beeld te krijgen van de geologische geschiedenis van Mars.

Lees verder onder de foto.

Biochemisch lab op chip

Een compleet biochemisch lab op een enkele chip. (Beeld: SRON/Ivar Pel)

 

Het is op het moment nog niet duidelijk welke Nederlandse technologie de oppervlakte van Mars zal bereiken. De ESA houdt de ontwikkelingen van de verschillende technologieën nauwlettend in de gaten. Ieder instrumentontwerp wordt aan een strenge keuring onderworpen. Het is de bedoeling dat alle ontwerpen aan het einde van dit jaar een dergelijke keuring hebben ondergaan.

Op eigen bodem houdt het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart in samenwerking met het NWO/SRON programmabureau de ontwikkelingstrajecten bij, in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Pas na de ESA ministersconferentie in november van dit jaar, die in Den Haag zal plaatsvinden, wordt bekend hoeveel instrumenten er uiteindelijk meekunnen op de missie van ExoMars. Op deze conferentie zal besloten worden hoe de missie er precies uit gaat zien, of er extra investeringen gewenst zijn en welke technologieën er wel en niet meegaan.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!