Nederlanders buigen zich over olieramp | Technisch Weekblad
Nieuws

Nederlanders buigen zich over olieramp

Een Nederlands team van olieprofessionals communiceert al enige weken met BP over een bijdrage om de nu al maanden lekkende BP-oliebron – roepnaam ‘MC252’ – in de Golf van Mexico te dichten. Afgelopen vrijdag presenteerde het team zijn bevindingen op een bijeenkomst van de KiviNiria-afdeling Mijnbouw in Delft.

‘We beschikken over een Hollandse, orkaanbestendige oplossing voor het BP-probleem’, stelt Dick Swart van Petrogas Minerals International in Groningen. Swarts bedrijf heeft expertise met het boren van aardwarmteputten op een diepte van vijfhonderd tot drieduizend meter. Ook werkte Swart – veertig jaar ervaring in de on- en offshore – onder meer mee aan olieboringen offshore op een diepte van duizend meter bij de kust van Spanje. Hij was ook betrokken bij de blow-out van de Saga-put in Noorwegen, 120 kilometer ten noorden van Den Helder.

Het idee van Swart, dat hij ontwikkelde in een team van Nederlandse olietechnologie-experts, gaat uit van het maken van een verbinding tussen de lekkende oliebron en de vijf mijl verderop lopende Na Kika-pijplijn, die over de zeebodem naar de Amerikaanse kust loopt. Swart: ‘Die verbinding maken we met een hydraulisch bestuurde klampverbinding aan een kap die over de niet functionerende blow out preventer hangt, en zich vervolgens vastklampt rond een flens waarna de oliestroom in zee kan worden gestopt.’ In de tussentijd is er een vijf mijl lange buis gereed die naar de Na Kika-pijplijn loopt. Die wordt afgesloten en doorgeknipt, waarna het deel dat naar de kust loopt, wordt schoongespoeld met zeewater. Daarna wordt de verbinding met de BP-bron tot stand gebracht.

 

Pikant is, dat Swart al in 2001 de mogelijkheden van het in Nederland ontworpen platform JBF10000 – dat bij deze operatie een sleutelrol speelt – naar voren bracht. Dat was tijdens een presentatie over de toekomst van boren voor BP in New Orleans. ‘Wij hebben toen al vergelijkingen gemaakt met het Deepwater Horizon-boorplatform dat nu gezonken is’, zegt Swart.

 

Boren en vervolgens afvoeren van de olie vanaf het JBF1000-platform is stormgevoeliger, al zijn er orkaanbestendige platforms die zijn verankerd in de zeebodem. ‘Het gevaar is echter, dat wanneer er een storm in aantocht is, de zaak gedurende veertien dagen wordt geëvacueerd. Al die tijd stroomt de olie in zee, want de zaak afsluiten, kan tot ongecontroleerde drukopbouw leiden.’
Het gevolg daarvan kan zijn, dat er zogenaamde cratering optreedt: kratervorming rondom de olieput, waarbij de olie volkomen onbeheersbaar door verschillende kleinere bronnen weglekt. Volgens Swart hadden de eerste pogingen van BP het lek te dichten met de zogeheten top kill – door onder andere cement in de pijp te brengen – eveneens grote risico’s op het ontstaan van cratering. ‘Vandaar dat deze poging uiteindelijk is stopgezet’, aldus Swart.

 

Verschillende, zeer specifieke deeloplossingen spelen ook een rol in herziening van de procedures voor de Nederlandse offshore-activiteiten. Na Kamervragen of een dergelijke ramp ook op de Noordzee kan gebeuren, moeten in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken alle Nederlandse operators van olie-, gas- en waterboringen vóór 2 september hun procedure op het voorkomen van een blow-out nagaan. Swart: ‘Offshore in Nederland is met maximaal vijftig meter waterdiepte natuurlijk wel iets anders dan vijftienhonderd meter waterdiepte.’

 

Nog altijd lekken ruim twee maanden na de ramp dagelijks 60 tot 80 barrels ruwe olie de Golf van Mexico in. Juist deze week werd bekend dat BP al meer dan drie miljard dollar schade heeft geleden vanwege schadeclaims, opruimwerkzaamheden en pogingen om het lek te dichten. Die pogingen werden de laatste dagen sterk gehinderd door de orkaan Alex die over de Golf raasde.