Onzekere tijd voor Zuiderzeelijn | Technisch Weekblad
Nieuws

Onzekere tijd voor Zuiderzeelijn

Het rapport van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van medio december heeft de kansen voor de Zuiderzeelijn verkleind. De commissie Duivesteijn vindt nut en noodzaak van een snelle treinverbinding tussen Amsterdam en Groningen niet aangetoond.

Den Haag – Om een herhaling van de enorme kostenoverschrijdingen van zowel de Betuweroute als de HSL-Zuid te voorkomen heeft de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (commissie Duivesteijn) een ‘toetsingskader’ voor het parlement ontwikkeld. Hiermee kunnen kamerleden beter dan voorheen de voortgang van dergelijke miljardenprogramma’s in de gaten houden.

Maar dat vereist van kamerleden ook een actievere betrokkenheid en meer kennis van zaken, met name op technische gebied. Daarom moet er volgens commissievoorzitter Adri Duivesteijn (PvdA) een gespecialiseerd kennis- en controlecentrum komen met onafhankelijke ingenieurs en andere specialisten. Kamerleden kunnen het centrum inschakelen op belangrijke momenten, zoals bij financieel zwaarwegende beslissingen.

‘In de VS kennen ze het Budgetoffice’, aldus Duivesteijn. ‘Dit geeft congresleden advies over grootschalige projecten met veel technische aspecten.’

 

Hanzelijn

De commissie ziet voor dit kenniscentrum zeker een rol weggelegd bij de Zuiderzeelijn, de treinverbinding tussen Amsterdam en Groningen. Er zijn nog vier varianten in de race: een magneettrein, een hogesnelheidslijn of twee ‘normale’ intercityverbinding, waarvan één via de Hanzelijn (Lelystad-Zwolle). Maar welke variant er ook wordt gekozen, de regering wil maximaal 2,73 miljard euro bijdragen in de kosten.

De provincies Flevoland, Friesland, Overijssel en Groningen en zeven gemeenten met een station willen 1,02 miljard euro investeren in een magneetzweeftrein en 230 miljoen euro in een hogesnelheidslijn. In beide gevallen zijn deze overheidsbijdragen ontoereikend en moet het bedrijfsleven mee betalen. Iets dat tot dusver weinig succesvol was.

In 1998 liet een consortium van Siemens Nederland, ABN-AMRO, Ballast Nedam en HBG weten een magneetlijn te kunnen bouwen voor 4,5 miljard euro. Na Schiphol en Amsterdam komen er dan zeven haltes: Almere, Lelystad, Emmeloord, Heerenveen, Drachten, Leeuwarden en Groningen.

Latere studies hebben laten zien dat de investeringskosten hoger uitvallen en er geen 12 miljoen maar slechts 6 miljoen reizigers per jaar te verwachten zijn.

Op basis van de huidige informatie ziet de commissie Duivesteijn geen reden om deze spoorlijn aan leggen. Commissielid M. Hermans (LPF): ‘Noch een magneettrein, noch een hogesnelheidsverbinding zijn op basis van de huidige informatie rendabel. De economische impuls is gering en ook positieve invloed op de werkgelegenheid in het Noorden is te verwaarlozen.’

Het rapport van de commissie Duivesteijn zal de Zuiderzeelijn in elk geval vertragen. Eerst gaat het parlement zich waarschijnlijk deze maand nog buigen over het project en dan moet er nog een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten tussen het Rijk en de betrokken provincies en gemeenten.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW