Opinie: Milieu en markt gaan niet samen | Technisch Weekblad
Nieuws

Opinie: Milieu en markt gaan niet samen

Nederland heeft een steunregeling voor duurzame energie, die uniek is in Europa. De regeling is gebaseerd op een vergoeding voor de onrendabele top van de opwekking van groene stroom. Dat past natuurlijk bij de Hollandse kruideniersmentaliteit van geen cent teveel. Door ECN en KEMA is keurig uitgerekend wat de onrendabele top is voor verschillende categorieën. De uitkomsten geven een schijnnauwkeurigheid met op een tiende cent berekende vergoedingen. Als je de sprongen in de vergoedingen vanaf de invoering medio 2003 tot nu bestudeert, dan wordt duidelijk, dat de door EZ ingehuurde rekenmeesters niet consistent zijn. Dat kan ook niet met een grote variëteit aan biobrandstoffen en soorten installaties.

Afgezien van het doel van 10% duurzame elektriciteit in 2010 levert de regeling geen aanwijzingen op t.a.v. een strategie bij EZ naar milieukwaliteit bij biomassa. Er wordt niet gestimuleerd op basis van netto milieuvoordeel of andere aspecten zoals innovatie of betrouwbaarheid op lange termijn. In de visie van Brinkhorst lost de markt dat op. Of je nu biomassa uit de regio stookt in een geavanceerde nieuwe warmtekrachtcentrale of biomassa uit Azië in een stokoude elektriciteitscentrale, die alle warmte in de Maas dumpt, het is Brinkhorst worst. Dat moest wel fout gaan. Bijna alle steun vloeit naar oude centrales, die met heel beperkte investeringen palmolie en Canadese houtpellets bijstoken. Dat is mede dankzij hun CO2-certificaten zo rendabel, dat de productie van groene stroom ver boven de planning uitgroeit.

Geconfronteerd met een forse overschrijding van het budget laat Brinkhorst ECN en KEMA de onrendabele top eens narekenen. Volgens het laatste rapport kan de vergoeding in de MEP voor bio-olie zomaar 60% omlaag. Brinkhorst blijft met deze correcties straks binnen het budget. De centrales gaan gewoon weer terug op steenkool, aardgas en zware olie als biomassa financieel niet meer aantrekkelijk is. Dan zijn we terug bij af. En de bedrijven, die wilden investeren in nieuwe dedicated biomassacentrales, zijn nu afgeschrikt.

Wat kunnen we hier van leren? Dat je beter eerst kunt kijken bij buurlanden, die het in de praktijk goed doen zoals Duitsland, die innovatie en warmtekrachtkoppeling bij biomassa extra stimuleert met een groot aantal nieuwbouwprojecten als resultaat. Als je echt zelf een originele regeling wilt maken, dan heb je meer nodig dan economen, die een onrendabele top uitrekenen: ingenieurs, die kennis hebben van energietechnologie en van biomassaverwerking. We hebben ze in Nederland, maar wil EZ naar ze luisteren? Is milieukwaliteit echt belangrijk of gaat om het geloof in marktwerking en de financiële belangen van de bestaande centrales? Kunnen onze ingenieurs aan de slag met innovatieve nieuwe projecten of blijft EZ wild om zich heen meppen?

 

Klaas de Jong, Energieprojecten.com

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!