Nieuws

Pk-race is afgelopen

De auto-industrie zal alles op alles moeten zetten om de door de EU vereiste CO2-emissiereductie te realiseren.

‘Op zijn minst een uitdaging.’ Zo kwalificeert ir. R.C. Rijkeboer de vereiste reductie met een kwart van de CO2-emissie door auto’s, die binnen vijf jaar moet worden gerealiseerd. ‘Het is uit met de pk-race. Er moeten nu reële reductiemaatregelen worden genomen. De auto-industrie zal alles op alles moeten zetten om dat in zo’n korte periode te realiseren.’ Rijkeboer is gepensioneerd emissiedeskundige van TNO.

De Europese Commissie heeft verordonneerd dat de CO2-emissie terug moet van de huidige 160 g/km – gemiddelde van alle auto’s – naar 120 g/km. De auto-industrie moet vóór 2012 de emissie beperken tot 130 g/km, de overige 10 g/km moet komen door vermindering van de rolweerstand van banden, het propageren van een zuiniger rijstijl, en de introductie van betere en andere brandstoffen.

Rijkeboer meent dat de Europese auto-industrie de huidige maatregelen over zichzelf heeft afgeroepen. In 1998 deed ze vrijwillig de toezegging dat personenauto’s in 2008 gemiddeld maximaal 140 g/km zouden uitstoten. Dat doel zal echter niet worden gehaald. De bedoeling was in eerste instantie die 140 g/km te realiseren door zuiniger auto’s te bouwen, maar in plaats daarvan is vooral de dieselverkoop gestimuleerd. Een dieselmotor is zo’n dertig procent zuiniger en dus schoner (qua CO2-emissie) dan een benzinemotor met hetzelfde vermogen.

In de visie van Rijkeboer zijn er twee mogelijkheden om de CO2-emissie verder te verlagen: hybrides en downsizing. Veel autofabrikanten zijn weliswaar bezig met de ontwikkeling van hybride voertuigen (met verbrandings- en elektromotor), maar het op grote schaal op de markt brengen hiervan kost meer dan vijf jaar. Blijft over downsizing, de vermindering van het motorvermogen. Maar ook dat heeft zijn beperkingen. ‘Er zijn immers geen kleine Ferrari’s’, geeft Rijkeboer aan.

Wel kan elke fabrikant zijn eigen modellen een kwart schoner maken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van start/stop-systemen, versnellingsbakken die zijn ontworpen op zuinig rijden in plaats van snel optrekken, verbruiksmeters en lichtgewicht constructies.