Productontwerp intuïtie voorbij | Technisch Weekblad
Nieuws

Productontwerp intuïtie voorbij

SenterNovem steunt projecten die bedrijven meer houvast bieden bij het maken van een succesvol productontwerp.

Op de Universiteit Twente kunnen potentiële gebruikers uitproberen hoe je een kinderzitje met kind uit de auto haalt en vervolgens op een buggy plaatst. Daarvoor gebruiken zij geen fysiek prototype, maar een virtual reality lab. De proefpersonen kijken naar een visualisatie van de situatie en bedienen een soort robotarm die met een computer verbonden is. Via krachtterugkoppeling wordt het gewicht van een kind in het zitje gesimuleerd. De onderzoekers bekijken het gedrag van de gebruikers bij verschillende ontwerpparameters zonder dat daarvoor dure prototypes nodig zijn.

Behalve autozitjes, testen de onderzoekers in de gesynthetiseerde ontwerpomgeving ook versnellingsbakken, adviserende systemen in de auto en röntgendiffractieapparatuur. Het doel is om al in een vroeg stadium met gebruikers het gewenste gedrag van het product bespreken. ‘Als je er in de conceptfase al achter komt dat iets niet werkt, scheelt dat een hoop geld’, zegt prof. dr. ir. Fred van Houten, projectleider vanuit de Universiteit Twente.

De virtuele ontwerpomgeving is een van de vier projecten die gesteund worden door het innovatiegerichte onderzoeksprogramma ‘Integrale Productcreatie en –Realisatie’ (IOP IPCR). Daarin financiert SenterNovem aio-plaatsen bij projecten die ontwerpers helpen succesvolle producten te ontwikkelen via nieuwe bedrijfsprocessen. De aio’s werken bij kennisinstituten, maar een begeleidingscommissie van bedrijven voorziet ze van relevante cases uit de praktijk en geeft steun bij het onderzoek.

Het IOP IPCR is hard nodig, omdat het proces van productcreatie met grote snelheid verandert, vindt de voorzitter van het onderzoeksprogramma ir. Joop Postema. ‘Bedrijven worden gedwongen om steeds sneller, steeds complexere producten op de markt te brengen. Daarnaast vindt de productontwikkeling in toenemende mate plaats buiten het eigen bedrijf.’

Bovendien weten bedrijven niet altijd precies wat de wensen van de klant zijn. Ze zijn daarvoor vaak afhankelijk van de intuïtie van de ontwerper. ‘Wij proberen deze nieuwe situatie meer te structureren, bedrijven onafhankelijk te maken van die man met de fijne neus’, aldus Postema. ‘De bedoeling is dat zowel de klant als de leverancier door dit programma voor minder verrassingen komt te staan.’

Het succes van IOP IPCR is moeilijk te meten, beseft ook Postema. ‘Je kunt bij ons niet tellen hoeveel octrooien er zijn afgegeven. Ik denk dat we er onder andere op worden afgerekend of de samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven overeind blijft als na vier jaar de subsidie stopt.’ De bedrijven uit de begeleidingscommissies lijken na een jaar in ieder geval redelijk tevreden. Dr. ir. Eugène Reuvekamp, namens Panalytical betrokken bij drie van de vier huidige projecten: ‘Ook de meest sceptische ontwikkelaars bij ons op de werkvloer hebben na de eerste resultaten een positieve aandacht voor de projecten.’

Een zekere zorg is dat het MKB voorlopig is ondervertegenwoordigd in IOP IPCR. Vandaar dat SenterNovem bij het symposium op 17 januari (in 't Spant in Bussum) hoopt op meer aandacht vanuit die hoek. Tijdens het symposium maakt het agentschap van EZ ook de uitslag bekend van een tweede tender binnen het programma. Daarbij komen ongeveer tien aio-plekken binnen drie projecten beschikbaar.

www.senternovem.nl/iop-ipcr



Feitenbox:
IOP IPCR: 7,8 mln. over 4 jaar
Eerste tender (2005): 14 aio-plaatsen, 4 projecten
Tweede tender (uitslag bekend 17 jan.): ± 10 aio-plaatsen, 3 projecten

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW