Renault keert gewichtsspiraal om | Technisch Weekblad
Nieuws

Renault keert gewichtsspiraal om

Het lijkt erop dat Renault zijn aanvankelijke weerstand tegen de plug-in hybride laat varen, zo bleek tijdens een exclusief bezoek aan de r&d-testbaan van het Franse merk.

Daar kon TW kennismaken met Renaults visie over de te volgen koers voor personenvervoer.

Rémi Bastien, directeur van Renaults r&d-afdeling wil loskomen van de gewichtsspiraal. ‘Door de manier waarop het verbruik nu vastgesteld wordt, maak je oplaadbare hybride auto’s steeds zuiniger met een groter accupakket. Dat is natuurlijk onlogisch’, stelt hij. ‘Met ons project Super Alma bewijzen we dat het anders kan. Oplossingen die een spiraal omláág geven. Een lichte auto met een uitzonderlijk lage luchtweerstand kan volstaan met een relatief lichte aandrijving en een klein accupakket. Dat maakt op zijn beurt bijvoorbeeld lichtere remmen, assen en wiellagers mogelijk, en een kleinere brandstoftank.’

Een chique designversie van de Eolab – de naam die Renault gaf aan het eerste prototype dat uit het Super Alma-project voortkwam – is Renaults pièce de résistance tijdens de autotentoonstelling
Mondial de l’Automobile, volgende week in Parijs. Het is wellicht de auto met de meeste innovaties per vierkante meter op de show. Volgens Bastien gaan we die innovaties op enig moment allemaal in productiemodellen terugvinden, al mogen we een auto als deze – een futuristische variant op de bestaande Clio – pas rond 2022 verwachten. ‘Als je ziet welke technologie erin zit, begrijp je waarom onze eigen productiefaciliteiten en toeleveranciers er simpelweg niet klaar voor zijn’, zegt Bastien. ‘De Eolab bewijst dat het mogelijk is om de ruimte en het comfort van een Clio te realiseren bij een uitzonderlijk lage CO2-uitstoot.’ Die bedraagt volgens Renault namelijk 23 gr, inderdaad extreem laag voor hedendaagse begrippen.

Daartoe is – in vergelijking met een Clio – de Eolab 400 kg afgeslankt. Daarnaast heeft het prototype een 30 % lagere luchtweerstand en een zeer lage rolweerstand op speciaal ontwikkelde, smalle en hoge Michelin-banden. De elektrische aandrijving – die naast de 1-liter driecilinder benzinemotor werkt – en lithiumaccu brengen 150 kg extra op de schaal, zodat de netto gewichtsbesparing 250 kg bedraagt. Het gevolg is, dat de opvallend kleine 6,7 kWh-accu (ter vergelijking: de Opel Ampèra heeft 16,5 kWh) toch zo’n 66 km bereik geeft op alleen elektrische aandrijving.

De elektromotor is zeer plat, met een hoge schijf als rotor. Ontwikkelingstechnicus Nicolas Fremau noemt het een axial flux e-motor. ‘Die werkt samen met een nieuw type versnellingsbak met drie assen. Zeer compact en alles werkt zonder koppeling.’ De Eolab trekt altijd elektrisch op en schakelt ook elektrisch, al wil Fremau niet van versnellingen spreken.

Voor de extreem lage luchtweerstand ging de ontwikkelingsafdeling heel ver. Naast de afgeronde vormen beweegt de Eolab snelheidsafhankelijk op luchtveren op en neer voor een minimale luchtweerstand. Boven de 70 km/h schuift bovendien een voorspoiler uit en komen achteraan flaps uit de flanken om de luchtstroom te stabiliseren. Koelopeningen sluiten waar mogelijk, inclusief die op de wieldoppen, die alleen openen bij hete remmen. En natuurlijk zijn de spiegels vervangen door camera’s en beeldschermpjes.

De lijst met gewichtsbesparende maatregelen is lang en indrukwekkend. Zo is de structuur van het chassis opgebouwd uit ultrasterk en dun staal, aluminium en opvallend veel kunststof en magnesium. Bastien: ‘Dat scheelt 130 kg. In onderstel en aandrijftechniek konden we verder 160 kg besparen en bij de aankleding en uitrusting 110 kg. De auto weegt in totaal 955 kg. Die winst telt door omdat je ook krachtbron, remmen, koeling, brandstoftank en wielophanging lichter kunt maken.’

Continental leverde een extreem licht remsysteem: vóór met kleine remtangen en een aluminium hart in de stalen schijven, achter met grotendeels lichtmetalen trommels. Het buitenplaatwerk en zelfs de bodemplaat zijn van vezelversterkt thermoplastic. De stoelstructuur bestaat uit composiet materiaal. Veel winst geeft ook het dunne (3 mm) glas en de drie achterste ramen in polycarbonaat, achterop met geïntegreerde achterlichten. Tenslotte is zelfs op de kabelboom bezuinigd: die is van aluminium in plaats van koper.