‘Stoeptegelmodel’ voor bescherming wateroverlast | Technisch Weekblad
Nieuws

‘Stoeptegelmodel’ voor bescherming wateroverlast

De onweersbuien van afgelopen maandag hebben bewezen hoe kwetsbaar Nederland is voor extreme weersomstandigheden.

In een strook over het westen van ons land viel in één ochtend ruim 100 mm. Verkeer op Schiphol lag stil, treinen raakten ontregeld, de stroom in Tilburg viel uit, metrostations liepen onder, de A10 West werd gesloten en een dijk bij Alphen brak bijna door. Gezien de recente doorrekening van klimaatscenarios door het KNMI moet Nederland nog meer rekening houden met de gevolgen van extreem weer.

Deltares werkte samen met adviesbureau Nelen en Schuurmans en de TU Delft aan de ontwikkeling van een rekenmodel dat de afstroming van water in de buitenruimte en het water in de riolering integreert. 3Di heet het model, waaraan in een vierjarig onderzoeksprogramma is gewerkt. ‘De basis van het model is een hoogtekaart van Nederland waarbij we voor elke 0,25 m2 de hoogte hebben vastgesteld met een nauwkeurigheid van een halve centimeter’, zegt onderzoeker Elgard van Leeuwen van Deltares.

Met dit ‘stoeptegelmodel’ kunnen ‘maatgevende buien’ worden doorgerekend. Stedenbouw-kundigen, riooltechnici en calamiteitenbestrijders kunnen uitrekenen hoe het regenwater door de stad stroomt, waar het water het riool of de sloot instroomt of inzijgt in het gras van een park.

Ook waterschappen kunnen profijt hebben van het model, dat momenteel wordt getest. Door de rekenkracht van het model kunnen ze snel zien waar ze preventief mobiele pompinstallaties moeten plaatsen of waar de capaciteit van het rioolgemaal moet worden vergroot.

Belangrijker nog is dat met het model maatregelen in de openbare ruimte zijn te treffen, legt Van Leeuwen uit. ‘In winkelcentra kunnen kwetsbare plekken in beeld worden gebracht, waarna bijvoorbeeld blijkt dat drempels in winkelpanden moeten worden verhoogd. Op cruciale plaatsen kan de stoeprand worden verhoogd of het wegdek verdiept om het waterbergend vermogen van de openbare ruimte te vergroten en de overlast te beperken.’