TNO opent Bouwinnovatie Lab | Technisch Weekblad
Nieuws

TNO opent Bouwinnovatie Lab

Gerald Schut | dinsdag 2 november 2021
Energie, Bouw & Civiele Techniek

Begin oktober heeft TNO in Delft zijn Bouwinnovatie Lab geopend: 2700 m2 onderzoeksruimte in een fonkelnieuw pand met translucente gevelpanelen, dat toepasselijk op een bouwkavel in de weilanden naast de A13 staat. Het laboratorium omvat een bonte verzameling installaties, waar onderzoek gedaan kan worden voor wegenbouw, binnenklimaat, warmtepompen, schadeonderzoek, bouwmaterialen, constructies met speciale aandacht voor bouwen op zee.

‘Het laboratorium doet geen routinematig onderzoek,’ vertelt senior project manager Tim Dijkmans. Daarvoor zijn commerciële laboratoria. TNO hoopt met het bouwlab de ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe bouwmaterialen te faciliteren: onderzoek dat een jaar of 5 à 10 op de markt vooruitloopt en waarvoor bedrijven elders niet terecht kunnen. Als de hoogovens bijvoorbeeld dicht gaan, moeten we asfalt gaan maken zonder hoogovenslakken. Welke mengsels zijn dan mogelijk en wat kan je met geopolymeren als klimaatvriendelijker alternatief voor een klassiek bindmiddel als cement? ‘We onderzoeken ook lignine als alternatief voor bitumen,’ vertelt Kirsten Roetert-Steenbrugge. ‘En we onderzoeken methodes om veroudering van wegdek te voorkomen: een soort verjongingscrème of warmtebehandeling om bitumen enkele jaren de verjongen.’

Verderop laat Olav Vijlbrief zien hoe TNO nieuwe standaardmethodes ontwikkelt om luchtkwaliteit in huis te bepalen. Die kunnen dan vervolgens toegepast worden in een fijnstoflabel voor afzuigkappen en ketels.

Bij het Heat Pump Application Center (HPAC) demonstreert Rinus Elsman het ‘hardware in the loop’ principe. Gebouwen worden er softwarematig gesimuleerd om te onderzoeken hoe een fysieke warmtepomp interacteert met andere installaties in huis. ‘Thermodynamisch zou je bijvoorbeeld het liefst willen dat een warmtepomp overdag draait als het temperatuurverschil het kleinst is en het rendement het hoogst.’ In het HPAC onderzoekt TNO wat de gevolgen zouden zijn. In het akoestisch lab ernaast kan de geluidsproductie van warmtepompen gemeten worden. Daarvoor zijn normen nog in ontwikkeling. Elsman: ‘Als je weet wanneer een warmtepomp herrie gaat produceren, kan je daarop sturen en testprotocollen aanpassen, zoals we ook met dieselmotoren hebben gedaan.’

Naast een enorme hydraulische vijzel in een grote zaal met 7 onderzoeksaansluitingen legt onderzoeker Erik Slis uit waarom hij zoveel plezier in zijn werk heeft: ‘Onder gecontroleerde omstandigheden dingen slopen. Heel leuk werk!’ Alles gaat om dynamische belasting, legt Slis uit. Iets wat onderstreept wordt op een computerscherm in een ruimte ernaast. Hier wordt al sinds 2013 de rek op 20 punten van de Van Brienenoordbrug bijgehouden.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!