Nieuws

Bedrijfsleven draagt meer bij aan onderzoek


Top 30 R&D 2012

Het beleid van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, dat een belangrijker rol toedicht aan het bedrijfsleven binnen de Nederlandse kenniseconomie, heeft in 2011 zijn weerslag gehad, zo blijkt uit de r&d-cijfers die Technisch Weekblad jaarlijks verzamelt.

De r&d-uitgaven van de dertig meest onderzoeksintensieve bedrijven stegen afgelopen jaar met 7 procent, terwijl de top 30 van onderzoeksinstituten evenveel te besteden had als in 2010. Bovendien ging binnen de instituten het aandeel van onderzoek uit de derde geldstroom (privaat gefinancierd) omhoog: van gemiddeld 48 procent in 2009 en 2010 naar gemiddeld 52 procent in 2011.

De stijging van de r&d-uitgaven in het bedrijfsleven volgt op twee jaar waarin bedrijven juist minder in onderzoek investeerden (respectievelijk 17 en 3 procent daling in 2009 en 2010). Blijkbaar is de aanhoudende economische malheur niet langer een reden om op onderzoek te beknibbelen. Een aansprekend voorbeeld is Philips, al jaren de nummer 1 in de top 30, dat ondanks financieel zwaar weer 11 procent meer aan onderzoek besteedde dan in 2010. Het elektronicaconcern startte in 2011 met een grote bezuinigingoperatie waarbij wereldwijd 4.500 werknemers hun baan verliezen. Het bedrijf kondigde echter aan niet op r&d te bezuinigen, maar vooral de overheadkosten te willen terugdringen.

De onderzoeksinstituten blijven het wel moeilijk houden om hun budgetten op peil te houden. De omzet van de top 30 bleef nog wel op hetzelfde niveau als in 2010 (0,5 procent stijging). Het UT-instituut IMPACT, vorig jaar nog achtste in de top 30, is vanwege een reorganisatie opgeheven. Het onderzoek ging over naar andere UT-instituten.

De instituten worden voor hun fondsen afhankelijker het bedrijfsleven. Waar het gemiddeld aandeel van het budget afkomstig van private financiers de afgelopen jaren gelijk bleef op 48 procent, ging dat in 2011 omhoog naar 52 procent. KWR Water Research bijvoorbeeld, dat in 2010 nog twintig procent van het budget binnenhaalde via tweede geldstroomsubsidie, was afgelopen jaar helemaal afhankelijk van projectgebonden financiering. Ook Engineering Mechanics, de grootste stijger van de instituten met een 16 procent groter budget, haalde 8 procent meer bij het bedrijfsleven vandaan.

De top 30 van r&d-bedrijven was in 2011 goed voor iets minder dan vijfduizend octrooien. Uit de top 30 van onderzoeksinstituten kwamen 41 spin-off bedrijven voort.

Update: ECN had bij de gegevens die het instituut dit jaar aanleverde niet de cijfers van dochter NRG meegeteld, terwijl dit bij voorgaande edities van de Top 30 wel is gebeurd. De omzet van ECN/NRG is niet 78 maar 139 miljoen euro, waarmee het instituut dus niet zakt naar de vijfde, maar blijft staan op de tweede plek. In de begeleidende tekst van TW 14 is ECN dus ten onrechte als grootste daler beschreven. Ook daalde het budget van de top 30 onderzoeksinstituten hierdoor niet met 2 procent, zoals in TW 14 staat vermeld, maar stijgt deze minimaal met 0,5 procent. 

Update 2: Ook NLR had in eerste instantie niet de juiste cijfers opgestuurd, in dit geval wat betreft het gemiddelde jaarinkomen per hbo-er/academicus. Het instituut had het vakantiegeld en de dertiende maand niet meegerekend. Inclusief deze zaken wordt het gemiddeld jaarinkomen 65.000 in plaats van de 54.000 die in de tabel staat vermeld.

Download hier de R&D Top 30 2012.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW