TU Eindhoven treedt naar buiten | Technisch Weekblad
Nieuws

TU Eindhoven treedt naar buiten

Hoewel de High Tech campus van Philips doorgaans de meeste aandacht krijgt, is ook TU Eindhoven in rap tempo aan het veranderen. Steeds meer nieuwe bedrijven vestigingen zich op het terrein vlakbij het stadscentrum.

Wie jarenlang niet in Eindhoven is geweest, kijkt zijn ogen uit als hij het stationsgebouw aan de achterzijde verlaat, en koers zet naar de TU Eindhoven. Niet alleen zijn er aan de prof. dr. Dorgelolaan (genoemd naar de eerste rector-magnificus) tal van moderne kantoorgebouwen bijgekomen, ook de entree tot het universiteitsterrein is ingrijpend veranderd. Vroeger lag hier een groot grasveld met diagonaal het ‘Limbopad’, genoemd naar de Limburgse studenten die zich elke middag per trein naar het ouderlijk huis haastten.

De toegang bestaat nu uit het halfronde Kennispoortgebouw van architect Koen van Velsen, een joint-venture van de Kamer van Koophandel en de TUE. Het Limbopad is inmiddels een betonnen fiets- en voetgangerspad geworden waarin de architect speels enkele glooiingen heeft aangebracht. Even verderop vallen het gemoderniseerde hoofdgebouw en het geheel vernieuwde Vertigogebouw op, waarin nu de faculteit Bouwkunde is gehuisvest.

 

Masterplan

‘Al die veranderingen hebben te maken met het Masterplan’, vertelt ir. H.G.A. (Herman) Rikhof, directeur Bedrijfsvoering van de faculteit Bouwkunde die met zo’n tweeduizend studenten de grootste faculteit is. ‘Aanleiding was de overdracht van de universiteitsgebouwen van de rijksoverheid naar de onderwijsinstellingen in 1995. Wat ook meespeelde was de brand in het Auditorium in 1994, en het feit dat de meeste van de faculteitsgebouwen eind jaren vijftig, begin jaren zestig zijn gebouwd. Daarnaast bleek dat de studentenpopulatie minder hard was gegroeid dan bij de start in 1956 was voorzien.’ Desondanks telt de TU Eindhoven zo’n 7000 studenten, verdeeld over negen faculteiten, twaalf bacheloren 28 masteropleidingen. Daarnaast telt de TU nog eens 3300 medewerkers, nog afgezien van het personeel van TNO-Industrie, Fontys Hogescholen, Kamer van Koophandel en het Dutch Polymer Institute.

Rikhof: ‘Het Masterplan behelsde de reductie van het vloeroppervlakte met zo’n 25 procent, vooral door het afstoten van gebouwen. Bovendien willen we de universiteit meer bij het stadscentrum betrekken door de faculteitsgebouwen in de zuidwesthoek te concentreren rond een gemeenschappelijk middengebied.’

Volgens de oorspronkelijke planning moest het Masterplan rond 2003 klaar zijn, maar volgens Rikhof is pas de helft voltooid. ‘Er zijn na 1994 veel nieuwe bedrijven en instituten bijgekomen, zoals TNO-Industrie, Dutch Polymer Institute, het cyclotrongebouw, de cleanroom en Kennispoort. Ook heeft het terrein een groot ondergronds koudeen warmteopslagsysteem gekregen. Die projecten hebben het Masterplan vertraagd en het beschikbare budget uitgeput. Zodra er weer financiële middelen zijn gaan we verder met de verhuizing en nieuwbouw van met name de faculteiten Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde, Technische Natuurkunde en wellicht een nieuwe bibliotheek.’

 

Vertigo

Wel gerealiseerd is de herbouw van het Vertigogebouw, misschien wel het meest zichtbare èn succesvolle onderdeel van het Masterplan. Rikhof: ‘Het gebouw was van Scheikundige Technologie maar voldeed niet meer aan de moderne gebruikerseisen, zeker wat betreft klimaatbeheersing.’ Volgens hem heeft de Eindhovense architect Bert Dirrix met veel inventiviteit het gebouw geschikt gemaakt voor Bouwkunde. Op het betonskelet na is eigenlijk het gehele gebouw opnieuw ontworpen, waarbij de architect een strikte scheiding van werkvertrekken, onderwijsruimten en laboratoria heeft gehanteerd. Gemakkelijk was dat overigens niet. Rikhof: ‘Dit gebouw heeft onhandig hoge verdiepingen van 5,20 meter vanwege de grote zuurkasten met afzuigkanalen die er vroeger stonden.’ Dirrix loste ‘het ruimtegebrek op door op de bovenste verdiepingen met stalen tussenvloeren extra werkkamers te creëren. Hij maakte daar ook een atrium. Op de lagere verdiepingen maakte hij onderwijszalen met kleine bespreekruimten voor studenten. Voorts heeft hij de laboratoria beter geïntegreerd in het faculteitsgebouw. Opvallend zijn verder de groene strips op de ramen die dienen als verticale lamellen en dertig procent van de zonnewarmte tegenhouden.

 

Dolphys Medical

Maar een universiteit die meer naar buiten wil treden, is er natuurlijk niet met alleen een stedenbouwkundig ontwerp en nieuwe gebouwen. Het gaat erom de banden aan te halen met andere onderzoeksinstituten en bedrijven. Daarom stimuleert de TUE het opzetten van startende bedrijven van jonge ingenieurs. Een goed voorbeeld is Dolphys Medical van ir. Dirk van Asseldonk, oud-student aan de faculteit Scheikundige Technologie. Hij richt zich sinds juli 2003 op de ontwikkeling van de SonoSwitch. Een apparaat met een externe energiebron voor het lokaal toedienen van medicijnen, met name aan patiënten met gewrichtspijnen. Deze bron zorgt voor een gepulst ultrasoundsignaal, waardoor een afbreekbaar implantaat in het lichaam de medicijnen heel gericht kan toedienen. De productontwikkeling van de SonoSwitch duurt waarschijnlijk vier jaar.

Hoewel hij altijd al interesse had in een eigen bedrijf, heeft Van Asseldonk na zijn studie eerst bij Unilever gewerkt waar hij zich bezighield met marketing en productvernieuwing. ‘Maar na

2,5 jaar kreeg ik toch de kriebels om voor mezelf te beginnen.’ Van Asseldonk kwam in contact met zijn voormalige afstudeerhoogleraar prof.dr.ir. Jos Keurentjes (hoogleraar procesen apparaatontwerp) die op zoek was naar iemand om de technologie voor het gepulst toedienen van medicijnen verder te ontwikkelen. Inmiddels heeft Van Asseldonk via SenterNovem een subsidie van twee miljoen euro gekregen. De productontwikkeling geschiedt in een samenwerkingverband van TU Eindhoven en het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM). Drie promovendi doen onderzoek op het gebied van achterliggende technologie, polymeerchemie en de medische toepassing bij pijnbestrijding. Van Asseldonk: ‘Je kunt dit systeem ook heel goed voor zelfmedicatie gebruiken. Ik denk aan een handzaam apparaatje met een beveiligingssysteem, zodat je bijvoorbeeld maximaal twee minuten kunt pulsen om medicijnen toe te dienen, en daarna twee uur lang niet.’

 

Potentiële ondernemers

‘Van dit soort alumni hebben we er meer nodig’, zegt Wim (W.E.J.M) Bens, directeur van het Innovation Lab. Een initiatief van de TUE om via octrooien, licenties, verkoop en samenwerkingsprojecten de ‘eigen kennis’ meer naar buiten te brengen.

Maar een doelstelling is ook om studenten en pas afgestudeerde ingenieurs met ondernemersbloed op weg te helpen met bijvoorbeeld financiering of het zoeken van partners. Bens: ‘Ik weet dat negen van de tien studenten waarschijnlijk niet geschikt zijn voor een bedrijf. Maar bij een jaarlijkse uitstroom van 900 studenten zitten er dus 90 potentiële ondernemers bij met plannen voor een hightech bedrijf.’

Bens, die wiskunde en informatica studeerde aan de TUE, was tussen 1996 en 2003 zelfstandig consultant voordat de TUE hem benaderde om Innovation Lab op poten te zetten. ‘Lange tijd was geld verdienen op universiteiten een beladen woord. Hoogleraren vonden het een eer als een bedrijf er met de kennis van een promovendus vandoor ging, in plaats een redelijke vergoeding te vragen. Die instelling moet veranderen en dat gebeurt gelukkig ook, want de financiering door de rijksoverheid zal alleen maar afnemen.’

Voor startende hightech bedrijven zijnvolgens Bens de omstandigheden in de regio Zuid-Oost Brabant zeer gunstig. ‘Eenderde van alle R&D in Nederland gebeurt hier samen met bedrijven als Philips, DSM en ASML. Veertig nieuwe starters per jaar is het doel van het Innovation Lab, en dat gaat ons lukken.’

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW