TU Trondheim heeft grote ambities | Technisch Weekblad
Nieuws

TU Trondheim heeft grote ambities

De technischnatuurwetenschappelijk universiteit van Trondheim (NTNU) is met zo’n 20.000 studenten net zo groot als de TU Delft en de TU Eindhoven samen. Opmerkelijk voor een land met 4,5 miljoen inwoners.

Trondheim – ‘Als één foto meer zegt dan duizend woorden, dan zegt een 3D-beeld meer dan één miljoen woorden.’ Prof. Jon Kleppe, hoofd van de het instituut voor petroleumtechnologie en geavanceerde geofysica, is trots op zijn virtual reality lab (zie foto). ‘Hiermee kunnen zowel onderzoekers als studenten 3Dbeelden bekijken van geologische structuren, maar ook koolwaterstoffen opsporen of de productiegegevens van injectieputten bekijken. Dat kan op elk willekeurige schaal, variërend van enkele micrometers tot enkele vierkante kilometers.’ NTNU beschikt al sinds 2001 over dit VR-Lab, maar sinds de komst van een Silicon Graphics supercomputer met 32 processoren in 2004 zijn de mogelijkheden spectaculair toegenomen.

 

Vierde R&D-campus

Het instituut voor petroleumtechnologie en toegepaste geofysica valt onder de faculteit Engineering Science and Technolgy, met zo’n 10.000 studenten de grootste van de zeve hoofdfaculteiten van NTNU. De Norges Teknisk-Naturvitenskapelige Universitet, opgericht in 1910, is voor Noorse begrippen een zeer omvangrijke instelling met 20.000 studenten en 2250 wetenschappers, onder wie 548 hoogleraren. Geen wonder dat negentig procent van alle Noorse ingenieurs uit Trondheim komt.

Maar dat is nog niet alles, want pal naast de universiteit zetelt Sintef, de Noorse tegenhanger van TNO. Dit kennisinstituut heeft 1700 onderzoekers in dienst, waarvan 1250 in Trondheim. Kleppe: ‘Samen vormen ze met 5000 onderzoekers en 20.000 studenten de vierde R&D-campus ter wereld’.

 

Ekofisk

De vakgroep petroleum engineering en geofysica werd opgericht in 1973. ‘Dat was het gevolg van de ontdekking van het Ekofiskveld op het Noorse continentale plaat in 1969. We waren bij de oprichting helemaal afhankelijk van buitenlandse kennis, zoals gepensioneerde hoogleraren uit de VS en oud-medewerkers van maatschappijen als Shell en BP.’ In ruim dertig jaar heeft NTNU echter een vakgroep van internationale faam opgebouwd.

 

Nieuwe producenten

Kleppe: ‘Er zijn sinds 1974 zo’n 2000 studenten afgestudeerd in energietechniek, olieen gaswinning en geavanceerde geofysica. Mede door onze hoogstaande laboratoria en de samenwerking met de olieen gasindustrie bestaat zo’n veertig tot vijftig procent van alle studenten uit buitenlanders.’ Dat zijn er via het Erasmus-programma zo’n vier of vijf uit Delft, maar het overgrote deel komt uit ‘nieuwe’ olieen gasproducerende landen als Algerije, Iran, Azerbeidzjan, Ve nezuela, Nigeria en Oman.

In augustus 2004 heeft het instituut brainstormsessies gehouden met vijftig internationale olieen gasbedrijven, het BRUproject. Kleppe: ‘De belangrijkste uitdaging is misschien we hoe we via nieuwe technologieën meer olie en gas produceren uit bestaande velden. Zonder die technieken heeft Noorwegen over vijftig jaar geen olie en gas meer.’

‘Als wij erin slagen het productierendement te verhogen met één procent, van de huidige 44 naar 45 procent, dan levert dat de Noorse staat zo’n 250 miljar kronen (32 miljard euro, red.) aan extra inkomsten op. Laat staan als we erin slagen op zeventig procent uit te komen.’

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!