Valtest blijkt cruciaal voor Huygenssonde | Technisch Weekblad
Nieuws

Valtest blijkt cruciaal voor Huygenssonde

Bart Stam | donderdag 20 januari 2005
Wiskunde & Fysica

De succesvolle afdaling en landing van de Huygenssonde was niet mogelijk geweest zonder de valtest van het Nederlandse bedrijf Dutch Space in Leiden.

Noordwijk/Leiden – Opgetogen en ook opgelucht waren de Esa-officials vorige week vrijdag toen eenmaal duidelijk werd dat de Huygenssonde beelden en data van Titan had doorgestuurd naar het vluchtleidingscentrum ESOC in Darmstadt. De euforie was helemaal groot toen bleek dat Huygens de landing op de beoogde locatie Xanadu had overleefd, en nog bijna drie uur in de lucht bleef alvorens voor eeuwig te zwijgen. De radiozender van de Huygenssonde verstuurde de opnamen en andere gegevens eerst naar het moederschip Cassini, dat deze data weer doorstuurde naar het vluchtleidingscentrum in Darmstadt. Cassini zal tot 2008 zo’n zeventig omwentelingen maken om Saturnus, waarvan Titan de grootste maan is. Titan heeft een diameter van ruim 5000 km.

 

Valtest

Hoewel inmiddels al bijna tien jaar geleden, heeft het Nederlandse bedrijf Dutch Space in Leiden (destijds Fokker Space geheten) een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van Huygenssonde. Weliswaar had het bedrijf geen aandeel in het ontwerpen of bouwen van de pay-load, maar wel was het verantwoordelijk voor een valtest van het geavanceerde drietraps parachutesysteem. Deze droptest werd in mei 1995 uitgevoerd op het ruimtevaartcentrum van Kiruna (Noord-Zweden). Doel was te onderzoeken of de parachutes en het afwerpsysteem van het hitteschild goed functioneerden, en of de sonde de landing zou overleven. De medewerkers van Fokker Space gebruikten een replica van de Huygens op ware grootte, inclusief hitteschild met een diameter van 2,7 meter. In plaats van de zes meetinstrumenten die later zouden worden geplaatst (waaronder een massaspectrometer gaschromatograaf, een collector voor aërosolen en een Doppler-wind experiment), zaten er in het testmodel vooral meetinstrumenten en sensoren om zaken als valsnelheid, windbelasting en temperatuur te meten. Ook keek het Nederlandse bedrijf naar de werking van het afwerpsysteem van het hitteschild.

Eerst liet Fokker Space met zogeheten stratosferische ballonnen de ‘nepsonde’ opstijgen tot een hoogte van 37,5 km, waarna het systeem aan zijn afdaling begon. Toen de sonde eenmaal was neergeploft op aarde bleek dat de parachutes hun werk hadden gedaan en dat de ronddraaiende sonde voldoende stabiliteit bezat. ‘Omdat aan alle voorwaarden was voldaan, hoefden we in 1995 maar één proef uit te voeren’, aldus woordvoerder G. Mennenga van Dutch Space.

 

-180 °C

Maar zouden de afdaling en de landing in het echt ook zo vlekkeloos verlopen, zo luidde bijna tien jaar later de vraag. Tenslotte zijn de omstandigheden op aarde en Titan totaal verschillend. Zo heeft de grootste van de 31 manen van Saturnus een dichtere atmosfeer van vooral stikstof en methaan, waarin zuurstof ontbreekt. Voorts heersen er temperaturen van –180 graden Celsius aan de oppervlakte, hetgeen zware eisen stelt aan de instrumenten aan boord.

Inmiddels weten we dat het parachutesysteem van de Huygenssonde zijn werk heeft gedaan en de sonde naar behoren heeft afgeremd van 1500 naar circa dertig kilometer per uur. Nu zijn de wetenschappers aan zet om de stroom aan beelden en gegevens te bewerken en te analyseren.