Nieuws

Vereniging van twee bloedgroepen

Alle ingenieurs zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen. Over de afnemende maar nog steeds bestaande verschillen tussen de ir. en de ing.

Deze week hebben de ledenraadsvergaderingen van KIVI en Niria besloten dat beide ingenieursverenigingen gaan fuseren. De aan de technische universiteiten afgestudeerde ingenieurs, verenigd in KIVI, en die van het hoger beroepsonderwijs (hbo), de leden van Niria, gaan samen verder in één vereniging, het ‘Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI-Niria’. Het is de uitkomst van een al decennia lopend proces van steeds meer samenwerking en naar elkaar toe groeien.

De verschillen tussen beide soorten ingenieurs, de één meer theoretisch opgeleid en de ander meer praktisch, zijn nu zodanig klein dat zo’n fusie mogelijk is. Dat wil echter nog niet zeggen dat er geen onderscheid meer is. De verschillen zijn in de loop der jaren kleiner geworden, maar ze bestaan nog steeds.

 

Hiërarchie

In zijn boek ‘Ingenieur van beroep’ (1985) schrijft techniekhistoricus prof.dr.ir. Harry Lintsen daar behartigenswaardige dingen over. Alleen al het feit dat ingenieurs worden opgeleid aan universiteit en hbo betekent dat er sprake is van hiërarchie onder ingenieurs. Het hbo heeft een lagere status dan de universiteit. Het onderwijs is er praktischer, schoolser en klassikaal. De universiteit is theoretischer; de studievrijheid en zelfstandigheid van studenten is er groter.

Bovendien betrekt de (technische) universiteit haar studenten uit hogere lagen van de bevolking dan het hbo. Daar treft men meer de goed lerende arbeiderskinderen aan. ‘Het algemene beeld is dat de TU meer dan het technisch hbo selecteert en stimuleert met betrekking tot persoonlijke eigenschappen zoals sociaal functioneren, leiding geven en zelfstandigheid’, aldus Lintsen in zijn boek.

Uiteraard heeft dat maatschappelijke gevolgen, zo gaat hij verder. De ir. heeft van meet af aan betere kansen dan de ing. om hoge posities bij de overheid en in het bedrijfsleven te bereiken. De ir. maakt deel uit van het docentencorps aan de technische hogeschool (de voormalige hts), de ir. is vaak de chef van de ing. en heeft dus grote invloed op diens loopbaan.

Opvallend is overigens dat het verschil in technisch functioneren in het bedrijfsleven, met als belangrijkste uitzondering researchfuncties, gering is. Veel functies in ontwikkeling, constructie, advisering, productie, uitvoering en commercie kunnen even goed door ir’s als ing.’s worden verricht. ir’s constateren dat geringe verschil in functioneren zelf ook. Uit onderzoek in hoofdzakelijk grote ondernemingen, dat Lintsen in zijn boek aanhaalt, blijkt veertig procent van de werktuigbouwkundige ir’s van mening dat hun functie even goed door een niet-academicus kan worden verricht. Bij chemici is dat percentage 36.

Maar dat zijn conclusies van twintig jaar geleden. Harry Lintsen, inmiddels 55, vindt het verschil tussen ir’s en ing.’s nu geen punt meer. Als hij opnieuw zo’n boek zou schrijven, zou hij er geen hoofdstuk meer aan wijden.

‘De verschillen vervagen, er is steeds meer gelijkheid en doorstroming. Het universitaire onderwijs is de afgelopen decennia schoolser geworden, terwijl het hbo is verwetenschappelijkt. Bovendien zijn er belangrijker issues. Bijvoorbeeld het innovatief vermogen van Nederland en de verbetering van de kennisinfrastructuur, twee zaken waarbij ingenieurs een centrale rol spelen, en daarnaast het tekort aan technici en de veranderingen in de opleidingen met de komst van de bama-structuur.’

 

Topposities

Het verschil tussen ir. en ing. manifesteert zich het sterkst als het gaat om bestuurlijke topposities in het bedrijfsleven en bij de overheid, en – als het om louter technisch functioneren gaat – bij posities in de R&D. De Top 50 van machtige ingenieurs, door dit blad gepubliceerd op 19 maart , telt 45 ir’s en slechts vijf ing’s Deze Top 50 is gebaseerd op het aantal bestuursfuncties van deze ingenieurs bij bedrijven, onderzoeksinstellingen, en verenigingen en stichtingen in de hobbysfeer, plus een waardering van die functies naar omvang en invloed van deze instellingen. ir’s zijn duidelijk beter bedreven in het uitoefenen van macht dan ing’s Dat heeft, meer dan met kennis, te maken met sociale afkomst en persoonlijke eigenschappen.

Ook in R&D-functies is er nog steeds verschil. Hoe fundamenteler de research, des te meer ir’s men aantreft. Dit type doet vooral een beroep op het surplus aan theoretische kennis van de universitaire ingenieur op het gebied van wis-, natuuren scheikunde.

Maar hoe verder men van de R (research) richting D (development, ontwikkeling) gaat, hoe meer de hbo-ingenieur in beeld komt. Eerder dit jaar is in Technisch Weekblad een reeks van twaalf artikelen over Nieuwe Helden verschenen, portretten van Nederlanders met belangrijke innovaties op hun naam. Van die twaalf waren er zes ir., drie ing., en drie afgestudeerde natuurkundigen of chemici.

Het onderzoek aan (technische) universiteiten is fundamenteler van aard dan de R&D bij bedrijven. Uit de jaarlijkse special bedrijfs-R&D van Technisch Weekblad blijkt dat het onderzoek in dienst van bedrijven nogal grofstoffelijk is. Daarin is net zo goed plaats voor hboals voor universitaire ingenieurs.

Bij universiteiten zal men meer ir’s aantreffen. Het onderzoekspersoneel bij technologische instituten zoals TNO neemt wat dit betreft qua samenstelling een tussenpositie in.

Het verschil tussen ir. en ing. is het kleinst als het gaat om uitvoerende functies in het bedrijfsleven en bij de overheid, bijvoorbeeld voor functies zoals productiechef, kwaliteitsfunctionaris of technisch journalist. Het surplus aan theoretische kennis van de ir. doet hier niet ter zake. Voor het oplossen van dagelijkse problemen in het bedrijfsleven is geen rocketscience nodig. De bagage die een ing. op het hbo meekrijgt op het gebied van wis-, natuuren scheikunde is voldoende om deze functies succesvol uit te oefenen (en vaak gaat het daarbij om heel andere kennis en eigenschappen).

 

VDI

In Duitsland bestaat er al sinds vele decennia slechts één algemene, overkoepelende ingenieursvereniging, de Verein Deutscher Ingenieure. Hierin zijn ingenieurs van zowel de Universität als de Hochschule verenigd. Maar toch zijn ook daar de verschillen niet geheel uitgebannen, de ir’s hebben er meer invloed dan de ing’s Er ligt een mooie taak voor het bestuur van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI-Niria, onder leiding van president en voormalig TNO-topman ir. Jan Dekker, samen met ing. Theo Ringers als vice-president, om te voorkomen dat er nog vele jaren lang sprake zal zijn van twee bloedgroepen.

Deel deze pagina
Gratis proefabonnement TW

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Rijkswaterstaat Meet & Greet Projectmanagement

Op 30 september om 16 uur organiseert Rijkswaterstaat een meet & greet voor (toekomstige) projectmanagers die willen weten hoe het is om aan grote infrastructurele projecten te werken bij Rijkswaterstaat. Neem kennis van ons Integraal Projectmanagement Model (IPM) en  spreek informeel met projectmanagers onder genot van een hapje en drankje.  Kijk hier voor meer informatie

Vision & Robotics

Vision & Robotics is hét onafhankelijke vakblad voor machinebouwers, system integrators en eindgebruikers van productielijnen in de maak- en agro-/foodindustrie. 

Graag meer lezen over onderwerpen zoals robotica, sensoren, kunstmatige intellegentie en nog veel meer klik hier

Vision & Robotics heeft ook een nieuwsbrief! klik hier om je in te schrijven.

TW online gratis voor jongeren

TW Investeert in technisch onderwijs

Leerlingen tot 18 jaar lezen gratis TW. Meld je aan en ontvang 23 online edities per jaar geheel gratis!

Naar boven