‘Wageningse’ kennis moet waterkwaliteit op orde brengen | Technisch Weekblad
Nieuws

‘Wageningse’ kennis moet waterkwaliteit op orde brengen

In heel Nederland is de kwaliteit van het water ondermaats, getuige de overheersende kleuren rood (slecht), oranje (ontoereikend) en geel (matig). En dat terwijl volgens de alom gevreesde EU-Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2015 de gehele kaart groen (goed) gekleurd moet zijn. Hoe gaat de Nederlandse watersector met zijn wereldfaam dat fiksen? Dinsdag was dit het onderwerp van de Dag van het Waterbeheer die KiviNiria samen met Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen in Utrecht organiseerde.

Allereerst gebeurt dat door, volgens goed Nederland gebruik, het maximale wettelijke uitstel dat Brusselse regelingen bieden, te benutten. ‘Anders lukt het niet in het intensieve ruimte- en watergebruik. Dat betekent dat we niet al in 2015 maar pas in 2027 de kaart groen gekleurd moeten hebben’, zegt Jan Lemkes van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) in Rotterdam. Zijn gebied kleurt overwegend geel en oranje.

Geïsoleerde recreatieplassen denkt hij tegen die tijd ‘groen’ te krijgen door een integrale aanpak. Baggeren en bezanden van de waterbodem om de voedselrijkdom te laten afnemen en het doorzicht in het water te vergroten. ‘We leggen ook natuurvriendelijke oevers aan om de natuur te stimuleren en bijvoorbeeld rietstengels zuiverend werk te laten verrichten.’ Lemkes denkt ook via vistrappen in gemalen of het aanleggen van bypasses vissen betere voortplantingsmogelijkheden te bieden. De Kaderrichtlijn ruimt een belangrijke plaats in voor vergroting van aantal en soorten vissen.

In stedelijke en glastuinbouw-gebieden neemt het hoogheemraadschap wateraspecten in een zo vroeg mogelijk stadium mee in de planvorming. ‘Bij de nieuwbouwplannen voor de Zuidplaspolder – een van de diepste polders van Nederland – moeten de gebiedsontwikkelaars meteen goede watervoorzieningen treffen om het waterbergend vermogen te garanderen en de waterkwaliteit te waarborgen’, aldus Lemkes.

Ook andere waterschappen worstelen met de stringente bepalingen van de Kaderrichtlijn Water, zo blijkt. ‘We zijn bezig met een groot aantal beken en watergangen op een meer natuurlijke wijze te herinrichten’, zegt Henk Lansink van waterschap Regge en Dinkel in Twente. ‘Water krijgt meer ruimte door beken meer te laten kronkelen en waterlopen te verbreden tot soms wel 25 meter’, aldus Lansink. Dergelijke ingrijpende civieltechnische en hydrologische werken zijn niet alleen goed voor de natuurdoelen en om te voldoen aan de bepalingen over de waterkwaliteit van de kaderrichtlijn, de waterwerken maken Nederland ook meer klimaatbestendig.

Regge en Dinkel wil, waar de situatie het toelaat, zonodig hele stuwen weghalen om een meer natuurlijke waterverloop te krijgen. Het waterschap beschikt ook over hydrologische en grondwatermodellen om in samenspraak met de boeren zoveel mogelijk percelen te vernatten. ‘Met de uitgegraven grond langs de beken, kunnen we elders terrein ophogen. Het scheelt ons afvoer van goede grond terwijl de agrarische bedrijfsvoering zo min mogelijk wordt benadeeld’, aldus Lansink.

Wateradviseur en medeorganisator van de studiedag Bert Pijpers noemt grondwerk voor meanderende waterlopen relatief eenvoudig. In het stedelijk gebied is meer slim maatwerk op de vierkante meter nodig. ‘De grootste opgave ligt echter in de ruimtelijke ordening, namelijk de afstemming tussen waterkwaliteit, natuurwaarden en het boerenbelang’, aldus Pijpers. ‘Wagenings gerichte ingenieurskennis over de stoffenstroom door de bodem en aanpassing van landbouwgewassen op veranderend peilbeheer zal de komende jaren belangrijker worden met het oog op de kaderrichtlijn.’