‘Wie zich met een scherp mes scheert, moet stilzitten’ | Technisch Weekblad
Nieuws

‘Wie zich met een scherp mes scheert, moet stilzitten’

Na bijna 23 jaar treedt ir. Gert-Jan Kramer (62) op 1 oktober terug als president-directeur van ingenieursbureau Fugro ten faveure van zijn opvolger ir. Klaas Wester. Op 31 december trekt hij de deur van de directiekamer in Leidschendam definitief achter zich dicht. ‘Fugro is sinds 1983 enorm in beweging geweest. Daarom heb ik nooit de behoefte gehad elders te gaan werken.’

U kwam in 1983 bij Fugro toen het bedrijf er heel slecht voorstond en bijna failliet was. Nam u daarmee een groot risico?

‘Ik was directeur buitenland van baggerbedrijf Broekhoven, tegenwoordig onderdeel van Van Oord, toen de raad van commissarissen van Fugro een nieuwe president-directeur zocht. Ondanks de slechte financiële situatie zag ik wel mogelijkheden. Fugro had veel technische know-how en er waren buitenlandse vestigingen in Engeland, Singapore, Dubai, Hongkong en Houston. Een van de eerste dingen die ik heb gedaan was het opnieuw positioneren van Fugro Geodesie. Voorts heb ik de onen offshoreactiviteiten gesplitst. Ik denk dat dat achteraf een goede stap is geweest, want zowel de landals offshoreactiviteiten hebben daarna nooit meer verlies gemaakt.’

‘Maar er moest ook een andere bedrijfscultuur komen. Zo was de verhouding tussen de Nederlandse en buitenlandse vestingen verre van optimaal, met name wat betreft onderlinge betalingen.’

 

In 1986 kelderde de olieprijs naar tien dollar per barrel. Wat betekende dat voor Fugro, dat sterk afhankelijk is van de olieproducerende industrie?

‘We hebben het op het nippertje gered, dankzij de winsten uit 1984 en 1985, waardoor we weer wat eigen vermogen hadden. Omdat de oliemaatschappijen stopten met nieuwe investeringsprojecten, zat onze offshoretak na enkele maanden zonder werk. De totale Fugro-omzet daalde van 50 miljoen naar 35 miljoen euro, terwijl het personeelsbestand terugliep van 590 naar 520 medewerkers. We leden drie miljoen euro verlies, bijna net zoveel als de gezamenlijk winsten van 1984 en 1985. Dat is gelukkig het enige jaar met rode cijfers geweest in mijn periode als president-directeur.’

‘Het heeft mij ervan overtuigd dat Fugro altijd voldoende eigen vermogen moet hebben om zo’n lage olieprijs op te kunnen vangen. Dat bleek wel in 1995 en 1999 toen we ook een zeer lage olieprijs hadden, maar het bedrijf daarvan geen noemenswaardige schade heeft opgelopen.’

 

Hoe kan een bedrijf als Fugro tegen zo’n lage olieprijs wapenen?

‘Door het bedrijf uit te breiden en nieuwe activiteiten te starten. Eind 1987 hadden we weer voldoende cashflow om onze belangrijkste concurrent Mc Clelland Engineers in Houston (VS) over te nemen. Die zaten in een moeilijkere situatie dan wij, omdat ze geen activiteiten op land hadden en helemaal afhankelijk waren van de olieen gasindustrie. Ze vulden ons mooi aan, onder andere met een vestiging in Saoedi-Arabië en een sterkte positie in de Golf van Mexico.’

‘In 1989 zijn we in de surveyactiviteiten gestapt met de overname van Oretech in Vijfhuizen. Dat bedrijf had zeer hoogwaardige apparatuur en wa bezig met interessante projecten op de Noordzee. In 1990 en 1991 hebben we die activiteiten verder uitgebouwd met de aankoop van surveybedrijven in Singapore en Australië. Onze grootste acquisitie in deze sector was echter John E. Chance in Lafay ette (VS). Dat bedrijf was vooral actief in de Golf van Mexico. Daarbij ging om een bedrag van 60 of 70 miljoen dollar. Ons personeelsbestand steeg in die jaren van 1100 naar 2000 medewerkers.’

‘Voorts hebben in de loop der jaren veel geïnvesteerd in hoogwaardige harden software. We bezitten nu 48 vliegtuigen, 28 schepen en assets, goed voor een nieuwwaarde van zo’n 725 miljoen euro.

 

Vond u het niet gevaarlijk om in 1992 met Fugro naar de beurs te gaan? Zo’n notering betekent toch verlies aan invloed?

‘We wilden onze financiële slagkracht verder vergroten, daarom hadden we voor de beursnotering al ING en NPM als aandeelhouders aangetrokken. Voor verlies aan invloed ben ik nooit bang geweest. Natuurlijk is het zo dat de buitenwereld het bedrijf scherper in de gaten houdt en dat de lat hoger komt te liggen. Maar dat vind ik juist positief. Als het dan eens misgaat, zoals in 1995, is mijn credo: wie met een scherp mes wordt geschoren, moet stilzitten.’

 

Sinds 1983 is Fugro gegroeid van 500 naar 8000 mensen terwijl de omzet toename van 35 miljoen naar één miljard euro. Hoe verklaart u deze enorme groei?

‘Je moet een strategie uitzetten en daaraan vasthouden. Zoals ik al eerder zei: als je voor de olieen gasindustrie werkt, moet je een sterke financiële positie, met voldoende eigen vermogen hebben om een scherpe prijsdaling naar 10 dollar per vat te kunnen opvangen.’

‘De tweede belangrijke reden is het ontwikkelen van nichemarkten en nieuwe activiteiten. Zo’n nichemarkt is bijvoorbeeld geoscience, het verzamelen en interpreteren van seismische geofysische gegevens voor klanten.

Dat laatste is vooral belangrijk voor de optimalisering van bestaande reservoirs. Want het is gebleken dat oliemaatschappijen ook bij een lage olieprijs daarmee doorgaan.’

‘Andere voorbeelden van nichemarkten zijn onze sonderingen in waterdiepten tot 4000 meter en het positioneren met behulp van satellieten tot 5 cm nauwkeurig. Een van de laatste ontwikkelingen is airborne survey met als nieuwste ontwikkeling het onbemande vliegtuigje Georanger. Dit kleine toestel verzamelt heel veel gegevens over het aardoppervlak of de zeebodem.’

 

Bij Nederlandse bedrijven verdwijnt steeds meer hoogwaardige werkgelegenheid naar bijvoorbeeld Oost-Europa of het Verre oosten. Moeten we bij Fugro ook vrezen voor een brain-drain?

‘Nee hoor. De enige uitzondering is het omzetten van analoge naar digitale gegevens voor geodesie. We hebben daarvoor al geruime tijd een bedrijf in Pakistan om concurrerend te blijven. Fugro blijft een Nederlands bedrijf met sterke internationale banden.’

 

Fugro draait momenteel heel goed met een omzet van één miljard euro en een winstpercentage van 7,5 à 8 procent. Over welke activiteiten bent u niet tevreden?

‘Dat zijn vooral onze activiteiten in Duitsland, Frankrijk en Hongkong. Gelukkig gaat het maar om een klein deel van de omzet. Uit strategisch oogpunt willen we die activiteiten niet opheffen.’

 

Hebt u de afgelopen 23 jaar nooit behoefte gehad om buiten Fugro te gaan werken?

‘Als het bedrijf continu verandert, verandert mijn functie als president-directeur ook. Eigenlijk heb ik sinds 1983 heel veel functies gehad. Onze kleinste divisie anno 2005 is ongeveer even groot als geheel Fugro in 1983, dus bij mijn aantreden was ik een soort divisiedirecteur. Er waren altijd voldoende uitdagingen, ik heb een fantastische tijd gehad met de vele culturen in de vijftig landen waar Fugro gevestigd is.’

 

Blijft u als adviseur aan het bedrijf verbonden?

‘Nee, op 31 december is het echt afgelopen. We heb ik nog een aantal commissariaten bij Koninklijke BAM Groep en Damen Shipyards. Ook zit ik in de raden van toezicht van TNO en TU Delft, waar ik civiele techniek heb gestudeerd. En dan heb ik uit persoonlijke interesses enkele bestuursfuncties, zoals bij het Concertgebouw. Ik probeer mijn agenda wel een beetje leeg te houden.