Nieuws

‘Wij maken parfum, zij eau de cologne’

De verschillen tussen Mittal en Arcelor zijn de afgelopen jaren snel kleiner geworden. Na hun ‘verstandshuwelijk’, begin deze maand, maken ze alle staalsoorten.

‘Wij maken parfum, zij eau de cologne’. Dat zei Arcelor-ceo Guy Dollé in januari na het eerste door hem verworpen bod van Mittal op Arcelor. Hij benadrukte toen de grote verschillen tussen beide concerns. Dollé kenschetste Mittal als een producent van laagwaardig staal (‘lange’ producten, vooral voor de bouw), terwijl Arcelor zich richt op hoogwaardige, goed vervormbare staalsoorten (‘platte’ producten, met name voor de auto-industrie).
‘Lange’ producten, dat betreft betonstaal, profielen en T-balken, met een treksterkte tot 100 MPa. Bij platte producten gaat het om oppervlakte, bijvoorbeeld een rol verpakkingsstaal van 1 km lengte. Dergelijk staal moet zeer goed vervormbaar zijn. Vooral in combinatie met een coating is dit lastig te produceren.
Dit schema is echter te eenvoudig. Er zijn ook hoogwaardige lange producten, bijvoorbeeld draadstaal voor autobanden (treksterktes tot 1500 à 2000 MPa).
Drie jaar geleden ging het eerder genoemde grote verschil tussen Mittal en Arcelor nog op. Mittal bestond toen uit enkele kleine Aziatische en Oost-Europese producenten van de meer laagwaardige staalsoorten. Maar sinds de overname in 2004 van enkele staalproducenten rond Chicago die hoogwaardig staal aan de auto-industrie leveren, zijn die verschillen een stuk kleiner geworden.

Ze zijn er echter nog wel. Arcelor maakt met een iets kleinere productie meer omzet dan Mittal. Het laatste bedrijf produceerde vorig jaar 56 miljoen ton staal, tegenover Arcelor 54 miljoen ton (ter vergelijking: Corus 18 miljoen ton). Arcelor behaalde daarmee een omzet van 32,8 miljard euro, tegenover Mittal 23,4 miljard euro.
‘Mittal is sterk in de productie van laagwaardige staalsoorten tegen een lage prijs, terwijl Arcelor zich met name richt op de hoogwaardige soorten. Samen maken ze alles’, aldus prof.dr. Rob Boom, hoogleraar bereiding en raffinage van metalen aan de TU Delft.
Arcelor geldt als een R&D-gedreven bedrijf, in tegenstelling tot Mittal. Maar ook wat dit betreft zijn de verschillen de afgelopen jaren kleiner geworden. Hoe het precies zit, is onduidelijk omdat Mittal haar R&D-bestedingen niet bekend maakt, maar Boon schat dat Mittal 5 à 10 keer minder aan R&D besteedt dan Arcelor.
Arcelor gaf vorig jaar 190 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling uit, zijnde 0,6 procent van de omzet. Daarvan was 140 miljoen euro bestemd voor eigen research en 50 miljoen voor onderzoeksprojecten met derden. Mittal heeft drie R&D-centra, in Chicago, Gandrange (Frankrijk) en Tsjechië (gericht op verbranding van steenkool voor ondervuring van hoogovens).
Nu de fusie na het sterk verbeterde bod van Mittal inmiddels een feit is, rept men in Arcelor-kringen van een ‘verstandshuwelijk’. Samen, maar afzonderlijk van elkaar, produceerden ze vorig jaar 110 miljoen ton staal en behaalden daarmee een omzet van bijna 57 miljard euro. Arcelor Mittal telt 260.000 werknemers en heeft 61 fabrieken in 27 landen. Het bedrijf is goed voor tien procent van de wereldstaalproductie.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW