Opinie&Analyse

Ballast Nedam bijna geveld door ‘toonaangevend opdrachtgeverschap’

Hoe kon Ballast Nedam zó in de problemen raken dat het door banken en concurrent Strukton gered moest worden van de ondergang?

Eind april leek het bouwbedrijf, dat kampt met twee grote hoofdpijnprojecten (verbreding A15, A2-tunnel Maastricht), ten dode opgeschreven. Een verlies in 2014 van € 103 miljoen en in 2013 ook al voor 41 miljoen in de rode cijfers; hoe lang hou je dat vol?

We hebben het over een bouwgigant met een rijke historie (Noordzeekanaal, Afsluitdijk, Velsertunnel, Vredespaleis, Oosterscheldekering, uitbreiding Schiphol, etc.). Ballast Nedam geeft al sinds eind negentiende eeuw mede vorm aan de infrastructuur in Nederland. Vaak in opdracht van Rijkswaterstaat. Toch ging het sinds de aanbesteding van het Maasvlakte-Vaanplein-project (‘MaVa’, deel A15) fout. Niet technisch maar financieel. Dat heeft veel te maken met de aanbesteding en de rol van Rijkswaterstaat.

Directeur Erik van der Noordaa gaf in de Volkskrant van 2 mei als verklaring voor de ‘tegenvallers’ dat het werk minder snel verliep dan gedacht omdat de werktijden in de nacht zo kort waren. ‘Want het verkeer uit de haven moet blijven rijden. We hebben vooraf verkeerd ingeschat hoeveel we in die beperkte tijd kunnen doen. Dat kost veel geld.’

Maar toch geen honderd miljoen? Diezelfde dag sprak Gerard Sanderink, eigenaar van Strukton en ‘redder’ van concurrent Ballast Nedam, krachtige taal in de Telegraaf. ‘De contracten die Rijkswaterstaat de bouwsector oplegt, kunnen een toets aan de Grondwet niet doorstaan […] Ik betreur het dat iedereen maar praat over wat er allemaal mis zou zijn bij Ballast Nedam. Maar die mensen moeten eens gaan kijken wat er allemaal mis is bij Rijkswaterstaat. Dat is pas echt erg.’

Strukton draait als partner in het consortium A-Lanes A15 ook op voor verliezen in het MaVa-project. Dus Sanderink weet van de hoed en de rand, maar helaas gaat de Telegraaf niet verder in op wat hij bedoelt. Wel citeert de krant een anonieme zegsman bij Rijkswaterstaat. ‘Dit leidt tot een beter product tegen een lagere prijs en sluit aan bij het uitgangspunt dat Rijkswaterstaat gebaat is bij goede biedingen om voor belastinggeld maximale waarde te kunnen realiseren.’

‘Dit’ gaat dus over het contract waarmee Ballast Nedam, John Laing, Strabag en Strukton in 2010 de aanbesteding wonnen. Een DBMF-contract; dus ontwerp, bouw, onderhoud voor de komende twintig jaar en financiering. A-Lanes A15 bleek de ‘economisch meest voordelige inschrijver’. De laagste prijs dus.

Rijkswaterstaat evalueerde al in juni 2011 de aanbestedingsprocedure en bleek tevreden over de eigen rol in ‘toonaangevend opdrachtgeverschap’. Toen de aanbesteding startte, in 2008, was RWS nog geheel in de ban van het laagste-prijs criterium dat tegelijk met de reorganisatie was afgekondigd als zaligmakend. RWS, vroeger het bolwerk van kennis èn uitvoering, laat het sinds de reorganisatie aan de markt over. Eigen ingenieurs en technische kennis doen er niet meer toe. Concurrentie en marktwerking halen het beste uit de bedrijven naar boven voor de scherpste prijs. En als ze door de crisis zitten te springen om werk, is de opdrachtgever helemaal oppermachtig.

Ballast Nedam krijgt nu – ondanks alle mooie woorden over publiek-private samenwerking - de marktwerking keihard voor de kiezen. Een partner aan de rand van faillissement brengen kan toch niet het doel zijn van ‘toonaangevend opdrachtgeverschap’.

 

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW