Opinie&Analyse
Gerald Schut

Eerste cyberoorlog deze maand begonnen

Op 5 mei heeft Israël een gebouw met daarin Palestijnse hackers gebombardeerd. Volgens Israël voerden de hackers voor Hamas vijandelijke handelingen uit. Voor zover bekend is dit de eerste keer in de geschiedenis dat digitale agressie beantwoord wordt met een dodelijke, fysieke aanval. Krijgskundigen spreken van een nieuwe stap gezet in de historische ontwikkeling van hybride oorlogsvoering.

Volgens relativisten is de aanval ook weer niet zo heel opvallend, omdat hij gezien kan worden als een verlengstuk van een al bestaand gewapend conflict. Anderen vrezen dat hiermee een precedent is geschapen, dat voor andere partijen voor altijd de drempel verlaagt om digitale pesterijen met militair geweld te beantwoorden. Dat is verontrustend in een wereld waarin landen elkaar routineus en massaal bestoken met cyberaanvallen.

Cyberconflicten vormen een dodelijke cocktail van prikkels, waarin escalatie voortdurend op de loer ligt, stelde Mariarosaria Taddeo van het Digital Ethics Lab in Oxford vorig jaar in een gesprek met de altijd messscherpe Azeem Azhar. Ten eerste is in de digitale wereld aanvallen makkelijker dan verdedigen. Sterker nog, waterdicht verdedigen is nagenoeg onmogelijk. Ten tweede vergt aanvallen nauwelijks menskracht en is er vrijwel geen risico voor je eigen leger. We betreden daarmee een tijd waarin de aanval voor iedereen de beste verdediging is, terwijl we geen regels met elkaar hebben af gesproken. Wat is proportioneel? Is het bijvoorbeeld wel oké om twee dagen de infrastructuur van een rivaal plat te leggen, maar niet drie, vraagt Taddeo. De wereld moet zo snel mogelijk een digitale Conventie van Genève opstellen!

De dreiging is des te nijpender, omdat digitale conflicten in toenemende mate door kunstmatige intelligentie zullen worden uitgevochten. Het voorland daarvan was te zien tijdens de 2016 Grand Cyber Challenge, waar acht KI-systemen van DARPA elkaar aanvielen, moesten proberen te begrijpen wie hun aanviel, zichzelf herstellen en de veronderstelde agressor aanvallen. Als onze verdediging een offensief algoritme is, stuur je dat in geval van twijfel niet zomaar terug in zijn mand. En wat als je de verkeerde aanvalt?

Is er straks nog speelruimte voor helden als Stanislav Petrov, de Russische luchtmachtofficier die de wereld in 1983 behoedde voor een kernoorlog toen hij onraad rook bij de melding op zijn controlescherm dat de VS vijf intercontinentale raketten hadden afgevuurd? Hier klopt iets niet, dacht hij en inderdaad: het detectiesysteem had de reflectie van de zon tegen de wolken ten onrechte aangezien voor een raketlancering.

Hoe voorkomen we dat de mensheid aan een volautomatische tit-for-tat ten onder gaat? De door Nobelprijswinnaars bij gehouden ‘Doomsday Clock’ staat sinds vorig jaar op twee voor twaalf. Nooit is onze vernietiging dichterbij geweest en toch voelen we dat niet zo. Het is een deprimerende gedachte dat juist nu internationale afspraken over de regulering van digitale oorlogsvoering urgenter zijn dan ooit, de wereld zich steeds meer afkeert van multilaterale instellingen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW