Opinie&Analyse
Micheal Persson

Gaten in Amerika Premium

Michael Persson |
Bouw & Civiele Techniek

Zondag brak er bijna een dam door in Californië. Hij kon binnen een uur bezwijken, waarschuwden de autoriteiten, en toen begonnen de scènes uit een rampenfilm.

In de lager gelegen dorpen en steden werd iedereen gemaand zijn huis te verlaten. In totaal 188.000 inwoners stapten in de auto en op de beelden vanuit helikopters zag je het resultaat: lange files op de secundaire weggetjes die uit het gebied leidden, een langzaam vorderende optocht van koplampen naar veiliger oorden.

Als de dam inderdaad binnen een uur was bezweken, waren ook de volgende scènes uit de rampenfilm werkelijkheid geworden. Er werd een muur van 10 m water voorspeld, met daarachter het leeglopende meer, dat een deel van die auto’s zou hebben weggespoeld. Hollywood (niet eens zo ver daarvandaan) zou er wel raad mee hebben geweten.

De stuwdam van Oroville is er niet zo maar één: het is de grootste van Amerika. Het was niet de 230 m hoge dam zelf die op het punt stond te bezwijken, maar de dam van de noodoverloop. Dat die zou bezwijken was weer te danken aan het feit dat het spuikanaal waarmee overtollig water uit het meer werd afgevoerd versleten was, waardoor dat niet meer kon worden gebruikt. Gevolg: het waterniveau in het meer steeg, spoelde op een gegeven moment over de dam van de noodoverloop heen, en begon een helling te overstromen – waarna de erosie de dam begon te ondergraven.

Vooruitgang, maar geen onderhoud

Fascinerend was het probleem waarmee het allemaal begonnen was: een enorm gat in het betonnen spuikanaal. Een krater van 150 bij 90 bij 14 m, gevolg van erosie en ouderdom. Vanuit de lucht zag het er een beetje uit als een van die pot­holes die je hier ook in de weg kunt tegenkomen. Gaten zijn typerend voor de staat van Amerika: het land ziet er wat mottig uit, voor een wereldmacht.

Dat komt doordat ze hier vooral in projecten denken. In vooruitgang, maar niet in onderhoud. De ruggengraat van het land stamt uit de decennia voor en na de Tweede Wereldoorlog en sindsdien is er weinig aan gedaan. Onderhoud is een passief onderdeel van de budget­tering: er is zo veel geld als er wordt opgehaald (bijvoorbeeld met een brandstofbelasting), maar niet zo veel als er nodig is.

Toen kwam Donald Trump, die zei dat hij Amerika weer groot zou maken. De erkenning dat Amerika dus niet meer zo groot was bleek in zekere zin verfrissend: dit was een Amerikaanse presidentskandidaat die niet zo’n hoge dunk van zijn eigen land had. Duizend miljard zou hij investeren in de infrastructuur en het zou een programma kunnen zijn waarbij hij zelfs Democraten mee kan krijgen.

Maar de Republikeinen, Trumps eigen partij, hebben er geen zin in. Het geld moet komen van private bronnen, vinden zij. Dat werkt misschien als je een tolbrug kunt bouwen, maar is er een financier te vinden om een noodoverloop bij een stuwdam te onderhouden? Ergens is er een rol voor de overheid. En niet alleen om muren te bouwen.

Michael Persson is correspondent voor de Volkskrant in New York.

Deel deze pagina
Abonnement

Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Naar boven