Opinie&Analyse
Michael Persson

Gepolariseerde auto’s

Michael Persson | donderdag 7 november 2019
Energie, Vervoer & Logistiek

Het was zo’n voorbeeldig merk, Toyota. Sinds de Prius, de in 1997 gelanceerde hybride die als eerste niet alleen op benzine maar ook op elektriciteit reed, wordt het Japanse bedrijf omarmd als automaker van de toekomst, innovatief en groen, een imago dat werd versterkt door de kopers die zich dat imago eigen maakten. Prius-progressieven, heten ze in hier in de Verenigde Staten: aan de auto kun je al zien hoe ze over abortus denken.

Toyota belandde mede daarom deze eeuw bijna steevast op de eerste plek van meest gewaardeerde automerken. Volgens merkonderzoeksbureau BrandZ wordt Toyota nog steeds gezien als pionier in alternatieve voortstuwingsvormen, en heeft het merk enorme goodwill behouden, ook na de opkomst van Tesla. Toyota is het merk van de bescheiden vooruitgang, stap voor stap: ‘kaizen’, noemt het bedrijf dat zelf, de ontwerpfilosofie van continue verbetering.

Tot vorige week.

Toen werd bekend dat Toyota een van de autofabrikanten is die liever geen zuiniger auto’s meer wil, in de nabije toekomst. Het bedrijf sloot zich aan bij een rechtszaak van de regering-Trump tegen Californië, waarin Trump de staat het recht probeert te ontnemen dat ze daar hun eigen, strengere brandstofverbruikseisen mogen opstellen.

Het is een nogal ingewikkeld politiek-juridisch verhaal, dat begon met Trumps behoefte om het broeikasbeleid van Barack Obama te ontmantelen. Obama heeft vastgelegd dat Amerikaanse auto’s in 2025 gemiddeld 50 mijl per gallon moeten rijden, ofwel 21 kilometer per liter (de Europese norm is een stuk strenger). Trump wil dat terugdraaien. Daarop sloot Californië, dat sinds de jaren zeventig zijn eigen standaarden mag opstellen, een akkoord met Ford, Honda, BMW en Volkswagen, om toch gewoon zuiniger auto’s te gaan maken. Omdat die standaarden worden gevolgd door dertien andere Amerikaanse staten, zouden ze daarmee de toon hebben gezet voor de Amerikaanse markt.

Trump was not amused. Hij sloeg op drie manieren terug: hij beticht de vier fabrikanten die met Californië samenspannen van kartelvorming (Illegale afspraken! Consumenten moeten ook vuile auto’s kunnen kiezen), hij probeert Californië het recht te ontnemen zijn eigen gang te gaan, en hij zette andere autofabrikanten onder druk om zijn kant te kiezen.

General Motors, Nissan, Fiat/Chrysler, Subaru en Toyota zwichtten voor die druk.

Daarmee heeft de politieke polarisatie in de VS ook de auto-industrie in tweeën gespleten, via tamelijk verrassende lijnen. Volkswagen, dat na het dieselschandaal weer zijn hippie-imago probeert te hervinden, staat met BMW, de voormalige bouwer van aso-auto’s, aan de vooruitstrevende kant van de geschiedenis. Toyota, dat jarenlang juist de progressieve toon heeft gezet, staat ineens voor Trumpiaanse regressie.

Heeft Toyota zich gerealiseerd wat dat betekent, voor zijn wereldwijde imago? Niet-Amerikanen kunnen natuurlijk nooit voor of tegen Trump stemmen. Maar autokopers kunnen dat nu wel.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW