Opinie&Analyse

Roofbaronnen 2.0

Michael Persson |
Vervoer & Logistiek

Ik stond vorige week in een monumentaal kitschpaleis en moest aan Jeff Bezos denken. Het enorme landhuis stond in Newport, de speeltuin van Amerika’s 19e eeuwse elite: een stadje aan zee een paar uur ten noordoosten van New York, waar de rijken van toen tennisten, zeilden, dansten, roddelden en kitschpaleizen bouwden. De kamers schitterden van de gouden opsmuk – het huis vertegenwoordigt een tijd die in Amerika de Gilded Age wordt genoemd, de Vergulde Eeuw, en dat is niet positief bedoeld. Het goud zit alleen aan de oppervlakte.

In het huis hing een klassiek gebeeldhouwd Renaissance-engeltje aan de muur met in zijn handen een locomotief, een ankerketting en een sloophamer, een verwijzing naar de familie Vanderbilt, de vroegere eigenaar, die fortuin had gemaakt met stoomboten en spoorlijnen. Zo werd de industriële revolutie ineens persoonlijk. Ook andere 19e eeuwse technische vooruitgang leidde tot grote persoonlijke rijkdom: olie (John Rockefeller), staal (Andrew Carnegie), auto’s (Henry Ford). De mannen werden ook wel roofbaronnen genaamd, vanwege hun harde handelsmoraal en meedogenloze strijd tegen concurrenten.

Het was voor het eerst dat de welvaartsgroei in een moderne westerse samenleving tot enorme ongelijkheid leidde. De industriële revolutie was niet alleen een tijd van innovaties, maar maakte ook schaalvergroting en een concentratie van kapitaal mogelijk. Met dubieuze trucs schakelden de Vanderbilts en Rockefellers hun concurrenten uit, om daarna met hun monopolies de prijzen en lonen te kunnen bepalen.

Het waren mannen die met hun techniek de wereld kleiner maakten, en zo tegelijkertijd aan een groter deel van de wereld geld konden verdienen. Dat geldt ook voor de roofbaronnen van nu, de mannen achter Google, Amazon, Facebook, Uber. Hun software maakt het voor hen mogelijk alle uithoeken van de wereld af te schuimen.

Het verschil is dat de roofbaronnen van nu minder dingen toevoegen en meer dingen vervangen: ze verdienen vooral geld dat voorheen door anderen werd verdiend. Neem Amazon. Treinen en olie/auto’s voegden iets toe: ze veranderden de plek van de mens in de wereld, ze veranderden het idee van plaats en tijd. Dat kun je van een per post bezorgd Lego-doosje niet zeggen. Door de centralisatie van het winkelen gaat intussen wel de hele plaatselijke middenstand naar de knoppen. Met de concentratie van al het voorheen decentrale werk groeit ook de ongelijkheid tussen het midden en de periferie. Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, is sinds kort de rijkste man ter wereld, met een vermogen van ruim $ 150 miljard, terwijl de hardwerkende werknemers in zijn inpakhuizen voedselbonnen nodig hebben om te overleven. Het verschil in rijkdom tussen de eigenaar van een boekhandel en zijn medewerkers was vroeger nooit zo groot.

De enkele miljoenen die de rijken aan goede doelen schenken – al is Bezos tot dusver vrij vrekkig gebleken – vallen in het niet bij de karige lonen van de werknemers en de grootscheepse belastingontwijking. De filantropie is een goudlaagje dat te dun is om de groeiende ongelijkheid te verdoezelen.

Amerika nam maatregelen, een eeuw geleden. Er kwam een wet tegen monopolies (Rockefellers Standard Oil werd in stukken gehakt) en er kwam inkomstenbelasting. De kitschpaleizen in Newport zijn nu publiek bezit. In Amerika broeit ook nu een socialistische politieke beweging. Kijken of de kastelen van de roofbaronnen in Silicon Valley daar wel tegen bestand zijn.

Deel deze pagina
Abonnement

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW


Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Naar boven