Opinie&Analyse

SER: Europese emissienormen opschroeven via Nederlands beleid

Hij komt er dan toch: de 'verstandige CO2-heffing' voor de industrie. Dat meldde het kabinet bij de langverwachte presentatie van het Klimaatakkoord, dat nog wel door het parlement moet worden goedgekeurd. Een week eerder zocht de regering voor de klimaataanpak van de industrie nog snel dekking bij de SER, die in een week razendsnel een advies formuleerde: 'Nationale aanpak voor regionale koplopers'. Doel: 'het voorkomen van verplaatsing van de emissies naar andere landen en weglek van investeringen en werkgelegenheid'. Publicist Remco de Boer, die SER-voorzitter Mariëtte Hamer over advies aan het woord liet in zijn Studio Energie, had het over 'een game changer'.

Hoe hoopt de SER de industriële klimaatdoelen (14,3 Mton CO2-reductie in 2030) te halen, terwijl de kool en de geit gespaard blijven? Het SER-rapport is interessant leesvoer en presenteert enkele aantrekkelijke, slimme ideeën. Ten eerste: bekijk de industrie als vijf losse clusters die elk hun eigen regionale sturing behoeven: Rotterdam/Moerdijk, Zeeland (Terneuzen), Noorzeekanaalgebied, Noord-Nederland (Eemsmond-Emmen) en Chemelot in Limburg. Daar zijn de grote twaalf industriële bedrijven samen goed voor driekwart van de industriële klimaatemissies – een notie die in de algemene pers overigens abusievelijk werd uitgebreid tot '75 % van de totale Nederlandse emissies'.

De grote twaalf horen bij de 300 Nederlandse fabrieken die onder de Europese emissiehandel (ETS; dat omvat 14.000 Europese fabrieken en elektriciteitscentrales die samen 45 % van de Europese CO2-uitsoot vormen) vallen, maar zijn nauw verweven met kleinere bedrijven, waarvan er 1.000 verplicht energie-efficiënte maatregelen nemen via MEE en MJA en nog veel meer kleinere bedrijven die onder de wet milieubeheer alle energie-efficiënte verbeteringen moeten doorvoeren die binnen 5 jaar terug te verdienen zijn. Van die laatste heeft trouwens pas één op de tien een plan klaarliggen, meldt NRC op basis van een schatting van Essent. Door die vijf regionale industriële ketens in samenhang mee te nemen in de Regionale Energiestrategieën (RES), die over anderhalf jaar af moeten zijn, zijn inspanningen van de grote twaalf te stroomlijnen met de toeleverende bedrijven en kan synergie ontstaan met andere sectoren als, gebouwde omgeving, elektriciteit en mobiliteit.

Interessanter nog is het SER-voorstel om een CO2-heffing te baseren op de benchmarks van de 10 % efficiëntste installaties in Europa die de basis vormen voor ETS-normen. Die normen worden  iedere vijf jaar geactualiseerd. Door een heffing in te voeren op 'vermijdbare CO2' en die te definiëren als 'slechter presteren dan de beste Europese 10%' voorkomen we het gesteggel van het bonus-malus systeem uit het voorstel voor een klimaatakkoord in december, ontstaat een duidelijke prikkel om efficiënter te worden, en worden indirect over vijf jaar de normen voor álle Europese fabrieken aangescherpt. Zo blijft weglek van CO2 en banen beperkt en hebben bedrijven de tijd voor investeringen met een langjarige doorlooptijd. Dat zijn vijf vliegen in één klap. Het is ook in lijn met het doortimmerd betoog 'Van alleen een CO2-heffing wordt industrie niet duurzamer' van klimaatonderzoeker en IPCC-auteur Heleen de Coninck in NRC om ons niet blind te staren op een platte CO2-heffing. Nu nog zien of dit voorstel door het parlement komt.

Deel deze pagina
Abonnement

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW


Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Naar boven