Opinie&Analyse

Teren op het verleden

Naar verluidt vult de mailbox van formateur Schippers zich nog dagelijks met nieuwe verlanglijstjes en demissionair premier Rutte grapt al over ‘twee keer de rijksbegroting’ als hij alle wensen moet honoreren.

Maar er zijn verlanglijsten die niet met een kwinkslag mogen worden afgedaan, die urgent aandacht vereisen en die ver uitstijgen boven eigenbelang. Zoals het dringend beroep dat wetenschappers, werkgevers en adviesorganen doen op de toekomstige regering om nu eens te investeren in r&d.

Ministers en parlementariërs stonden weliswaar om de haverklap te jubelen bij alles wat zij als innovatief bestempelden, maar hebben ook jarenlang ingestemd met bezuinigen op de infrastructuur voor toegepast onderzoek. Bij gebrek aan eigen inzicht bij Haagse bestuurders gold het veel te lang als slim beleid om ‘de markt’ te laten bepalen.

Geldinjecties broodnodig

De Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI) schreef eind maart aan formateur Schippers dat verhoging van investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie met € 1,1 miljard per jaar noodzakelijk is, willen we niet wegzakken in de wedijver met andere kenniseconomieën. Want terwijl in de jaren 2011-2015 Nederland 5 % bezuinigde, staken omringende landen juist meer euro’s in r&d: Duitsland 4 %, Oostenrijk en Denemarken 5 % en Zweden 8 %. Kennisontwikkeling in ict, energietransitie en alternatieven voor fossiele brandstoffen (solar fuels, blue energy en carbon capture and utilization/CO2 voor productie van methanol) noemt de AWTI als voorbeelden waar geld­injecties broodnodig zijn.

De Adviesraad stelde al eerder (‘Houd de basis gezond’, november 2016) dat het Nederlandse wetenschapssysteem zijn prominente positie in de wereld dankt aan investeringen in het verleden; dat rijksbijdragen aan r&d een grote toegevoegde waarde voor economie en samenleving als geheel betekenen, maar dat de afgelopen jaren van bezuiniging die positie aantasten.

Onmisbare brugfunctie

De Grote Technologische Instituten, die samenwerken in de TO2-federatie, voelen bij uitstek de uitholling door een jarenlang krimpende rijksbijdrage (zie ook pagina 8/9). MARIN, een van de zes, publiceerde vorige week zijn Strategieplan ‘Better Ships, Blue Oceans', een ambitieuze agenda voor r&d in onder meer schoon en veilig transport over water, duurzame offshore-energiewinning en emissieloze schepen. ‘Maar we dreigen vast te lopen omdat onze Rijksbijdrage tot slechts 7 % is gedaald’, schrijft MARIN-directeur Bas Buchner.

Ook de andere vijf r&d -instituten luiden de noodklok omdat hun researchfaciliteiten door geldgebrek niet in stand te houden zijn en zij expertise en mensen dreigen te verliezen. Ze hebben altijd geopereerd in het spanningsveld van private en publieke investering. Met de rijksbijdragen is de kennis en infrastructuur van researchfaciliteiten opgebouwd, en met privaat geld betaalden bedrijven voor specifieke opdrachten. Ze zijn nooit bedoeld als volledig op marktinkomsten draaiende bedrijfslabs. Ze vervullen de onmisbare brugfunctie waarbij ze fundamenteel universitair onderzoek doorontwikkelen naar toepassingen en producten. En daarmee dienen zij het publieke belang van de kenniseconomie dat we dus publiek deugdelijk moeten financieren.

Benno Boeters is redacteur bij TW.
Email: bennoboeters@tw.nl
Twitter: @TWdigitaal

Deel deze pagina
Abonnement

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW


Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Naar boven