Opinie&Analyse

Van vechtcontracten naar verbindend samenwerken

Verbindend samenwerken, elkaar ideeën geven, uit de schaduw van eigenbelang stappen, onzekerheden delen, in gesprek blijven… Een ingenieur van de oude – harde – stempel zou zich achter zijn oor krabben; wat is dit voor softe taal?

Het zijn bewoordingen waarmee Rijkswaterstaat de discussie voert met wat voorheen ‘marktpartijen’ heette maar nu ‘samenwerkingspartners’. RWS werkt aan een nieuwe marktvisie en daartoe organiseert ’s lands grootste aanbesteder van civiele werken praatsessies met de partners, ofwel marktvisiecafés.

Voor ingenieursbureaus en bouwbedrijven is een goede werkrelatie met Rijkswaterstaat natuurlijk van levensbelang. Via dit overheidsagentschap gaat er dit jaar € 2,8 miljard naar infrastructuur, de hoofdwegen en de hoofdvaarwegen. Een grote vraag voor de markt dus, maar de leveranciers van ingenieursdiensten moeten zich nog steeds het vuur uit de sloffen lopen om de opdrachten te verwerven; de concurrentie is groot.

Begin dit jaar, tijdens de Infratech, zei directeur-generaal Jan Hendrik Dronkers van RWS nog dat de crisis zwaar drukte op de bouwsector, dat weinig opdrachten en overcapaciteit in de bouw leidden tot lage prijzen en vechtcontracten. Maar die vechtcontracten, het onder de kostprijs inschrijven om het contract te verwerven, en verdienste proberen te halen uit meerwerk wil RWS uitbannen middels een trendbreuk en het realiseren van een ‘nieuwe cultuur’.

Nu luidt het motto: ‘van markt tenzij naar verbindend samenwerken’. Tijdens de gesprekken in de marktvisiecafés klinkt er in de verslagen ‘niet star vasthouden aan contracten’, ‘het is een illusie dat allerlei zaken met regels kunnen worden dichtgetimmerd’ en ‘kennis delen is het nieuwe bezit’. Bij RWS zou zelfs angst heersen voor een te lage aanbiedingsprijs, want die leidt tot claimgedrag en te lage productkwaliteit. Overigens hebben ook de bedrijven angst: voor een lege orderportefeuille.

De jaren van liberalisering, botte marktwerking en aanbesteden op laagste prijs liggen gelukkig achter ons. Nu staat EMVI (economisch meest voordelige inschrijving) als criterium bovenaan. Maar nog steeds zoekt Den Haag naar nieuwe manieren om opdrachten tot een goed einde te brengen. Met de discussies over de ict-overheidsprojecten, de Fyra en de verliezen van Ballast Nedam in het MaVa-contract (A15) vers in het achterhoofd is daar alle reden toe.

Een nieuwe manier van samenwerken dus. Roger Mol (directeur Inkoop en Contractmanagement en trekker van de marktvisie bij RWS) en Bernard Westeneng (verantwoordelijk voor de aanbesteding van ingenieursdiensten) wijzen er op dat daarmee al een begin is gemaakt in de raamcontracten van RWS met consortia van ingenieursbureaus. Zij stellen dat in nieuwe raamcontracten ook ruimte moet zijn voor kleinere of nieuwe ingenieursbureaus. En zij verwachten dat in een aantrekkende markt de marges ruimer zullen zijn. ‘Ook wij willen actiever zorgen voor reële marges, daar zijn we allen bij gebaat’, zegt Mol.

Toch zijn er nog harde noten te kraken. Bijvoorbeeld: wie is bij al die samenwerking verantwoordelijk als een project in het honderd loopt? Of waarom zou een ingenieursbureau dat een innovatieve techniek in huis heeft zijn kennis met iedereen willen delen?

Op 29 juni is er nog een marktvisiecafé over samenwerking in de keten en op 8 september de laatste, over bedrijfsvoering. Dus nog twee kansen uw inbreng te leveren. De nieuwe marktvisie van Rijkswaterstaat moet eind dit jaar op papier staan.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW