Opinie&Analyse
Mischa Brendel

Vissen uit een te kleine vijver

Mischa Brendel |
Arbeidsmarkt & Onderwijs, Beleid & Bedrijfsvoering

Enkele weken geleden ‘dreigde’ Jan Mengelers, CvB-voor­zitter van de TU/e, een numerus fixus in te moeten stellen voor misschien wel de helft van de vijftien bacheloropleidingen aan de technische onderwijsinstelling.

Dat deed hij in een brandbrief aan demissionair OCW-minister Jet Bussemaker en de grote bedrijven in de regio.

De TU/e dreigt te bezwijken aan het succes van het Techniekpact. Waren er in 2012 nog zo’n 7.500 TU/e-studenten, momenteel zijn het er circa 10.500, en de voorlopige inschrijvingen voor komend jaar voorspellen een groei van nog eens 10 %. Daarom wil Mengelers meer geld van de overheid. Zo’n € 80 miljoen.

Logisch dat hij bij OCW aanklopt. De universiteiten zijn in grote mate afhankelijk van overheidsfinanciering. En die is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten aan de universiteit, maar dan wel op basis van de beruchte regel T-2: het aantal studenten dat de universiteit twee jaar geleden telde. Het is daarmee direct duidelijk waar de schoen knelt.

Maar als er zoveel meer technische studenten – en dus ook afgestudeerden – bijkomen, waarom neemt het tekort bij de technische bedrijven dan ogenschijnlijk niet af? Waarom blijven bedrijven als Philips en ASML (beide gevestigd in Eindhoven) dan maar roepen dat het zo verschrikkelijk is als er een numerus fixus wordt ingesteld? Omdat een tu-alumnus lang niet altijd in de techniek aan de slag gaat.

Van de gekke

In de Nieuwsuuraflevering van 16 mei wezen de werkgevers vooral naar de overheid. ‘Onbestaanbaar’ en ‘onacceptabel’ noemde Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van de technische werkgeversorganisatie FME, de situatie. ASML-bestuurder Frits van Hout zei dat de werkgevers meevoelen met de universiteiten en dat de dreigende situatie ‘van de gekke’ is. En ook de Eindhovense burgemeester John Jorritsma koos de kant van de werkgevers: hij zei dat het kabinet met vuur speelt door de tu’s niet tegemoet te komen.

Bussemaker legde op haart beurt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de werkgevers: ‘Dan moet u ook uw best doen om ervoor te zorgen dat die mensen in de techniek gaan werken.’ En ze heeft gelijk: prachtig dat een hoger opgeleide technicus zoveel banenkansen heeft buiten het eigen opleidingsgebied, maar niet erg gunstig om een gebrek aan hoger opgeleide technici te bestrijden. De tu’s leiden studenten op voor andere sectoren. Studenten die een plek kunnen bezetten bij een numerus fixus-opleiding. 

Het instellen van een numerus fixus voor opleidingen waarin weinig werk is te vinden, wordt wel als alternatief genoemd. Dat is echter in strijd met het recht op vrijheid van onderwijs. Het verplichten van technisch afgestudeerden om, in ieder geval voor een aantal jaar, een technische functie te bekleden, klinkt niet minder dictatoriaal.

Het feit is echter wel dat het bedrijfsleven het niet voor elkaar krijgt om voldoende alumni te verleiden voor een technische functie. Dan resten er twee – zeer onaantrekkelijke – opties: het verplaatsen van werk naar het buitenland, of het binnenhalen van buitenlandse technici.

Naar boven