Waar blijft de marktwerking? | Technisch Weekblad
Opinie&Analyse

Waar blijft de marktwerking?

De zomer zit erop, de scholen zijn begonnen, de technische universiteiten hebben weer méér eerstejaars dan vorige jaren en de discussie laait wéér op.

‘De tu’s bereiken hun taks, collegezalen puilen uit, er zijn te weinig docenten en meer studentenstops dreigen.’ De kersverse voorzitter van de 4TU-Federatie, Victor van der Chijs, dreigt met noodzakelijke inperkingen en meer selectie aan de poort, ‘tenzij we meer geld krijgen.’

Waarop de minister van Onderwijs er fijntjes op wijst dat de tu’s al jaren meer geld per student (van € 5.500 per student per jaar in 2005 naar € 6.700 vorig studiejaar) krijgen en nog eens eenmalig € 33 miljoen erbij. En ‘ze wisten al jaren dat dit eraan kwam’, aldus de minister. Maar, voegt ze eraan toe, als door de toestroom de kwaliteit van het onderwijs echt in de knel komt ‘dan is een numerus fixus in ieders belang’. Nou ja, behalve dan voor diegenen die niet door de selectie komen dan wel uitgeloot worden. Er zijn overigens al jaren studentenstops; afgelopen jaar in acht studierichtingen (in Delft, Twente en Wageningen; niet in Eindhoven).

De vier tu’s stellen dat in de groeiperiode (in 2006-2016 van 32.000 studenten naar 53.000) het ministerie de bekostiging met 4,5 % liet dálen. En dat zij sinds 2010 met een gelijkblijvend aantal wetenschappers/docenten per jaar meer ingenieurs afleveren, van ongeveer 5.000 naar 6.400 (2010-2015). In tien jaar is de verhouding docent-student veranderd van 1 op 15 naar 1 op 20.

Forse kanttekeningen

De factsheet van de 4TU-Federatie vat het samen: studentenstops zijn ongewenst, want het bedrijfsleven staat te springen om meer ingenieurs. En we willen graag stops vermijden maar dan moet de overheid ‘voldoende’ betalen. Ook de werkgevers mengen zich in de discussie en roepen nog eens dat de industrie dringend goed opgeleide technici nodig heeft.

Maar daar passen wel forse kanttekeningen bij. Ten eerste zijn (technische) universiteiten geen beroepsopleidings­instituten. De hbo-instellingen wel, daarom heten ze ook zo. Daar stegen in de techniek- en bèta-opleidingen de studentenaantallen van 68.230 in 2011 naar 83.917 in 2015. Daar horen we nog geen roep om meer geld. Een discussie over de vraag of de bedrijven zitten te springen om wo-ingenieurs of hbo-ingenieurs, of in welke mate of in welke specialismen, wordt nauwelijks gevoerd.

En – economen wijzen daar al jaren op – áls die ingenieurs zo broodnodig zijn, waarom werkt de basale wet van vraag en aanbod dan niet en stijgen de ingenieurssalarissen niet? En andere kwestie waar werkgevers al jaren omheen draaien: waarom kiest zo’n 40 % van de afgestudeerde ingenieurs/bèta’s voor een niet-technische baan? De tu’s en de hbo’s moeten uiteraard zo veel mogelijk en zo goed mogelijk technische specialisten opleiden, maar het is aan de bedrijven en werkgevers om ze middels goede arbeidsvoorwaarden aan zich te binden.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW