Opinie&Analyse

Zon en wind groeien snel, maar niet snel genoeg

Gerald Schut |
Energie, Milieu & Duurzaamheid

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft een alarmerende boodschap bij de publicatie van haar jaarlijkse World Energy Outlook. Zelfs als al het aangekondigde klimaatbeleid wordt uitgevoerd, zal de temperatuur bijna twee keer zo hard stijgen als verantwoord is.

‘Er is een toenemende discrepantie tussen wat er gebeurt in de klimaatwetenschap en op de energiemarkten’, schrijft het IEA. Om onder de stijging van 2 °C te blijven, mag de wereld tot 2040 nog 590 gigaton CO2 uitstoten: het ‘koolstofbudget’. Daarvan wordt sowieso al 550 gigaton verbruikt door de bestaande energie-infrastructuur: de gemiddelde kolencentrale in Azië is bijvoorbeeld nog geen vijftien jaar oud, tegenover veertig jaar in het westen. Alle nieuw investeringen in energie samen mogen dus in komende 22 jaar nog maximaal 40 gigaton CO2 uitstoten, ongeveer evenveel als de huidige wereldemissie in één jaar.

Het IEA concludeert dat dus ofwel belangrijke delen van de bestaande energie-infrastructuur ontmanteld moeten worden, ofwel alle nieuwe energiewinning praktisch CO2-vrij moet zijn. Dat laatste wordt een hachelijke zaak omdat het IEA tegelijkertijd voorziet dat de vraag naar olie nog tot 2025 zal blijven toenemen. Doordat er de laatste jaren weinig nieuwe projecten in gang gezet zijn loopt de productie terug, zodat het IEA in 2025 een tekort ter grootte van de huidige Russische productie voorziet: 10 miljoen vaten per dag.

In 2040 zal de emissiereductie door efficiëntere conventionele auto’s drie keer zo groot zijn als die door de 300 miljoen elektrische auto’s die het IEA tegen die tijd op de weg ziet. Het olieverbruik door personenauto’s zal dus dalen, maar driekwart van de olie gaat nu naar zwaar transport, luchtvaart en petrochemie. Daar zal het verbruik juist toenemen, waardoor er meer oliewinning nodig is, zelfs als er meer plastic gerecycled wordt.

Met 1,7 miljard extra aardbewoners zal het energieverbruik met een kwart tot de helft toenemen. Hernieuwbare energiebronnen (nu samen 25 %) zullen bij aangekondigd beleid – ‘het basispad’ zouden Nederlandse planbureaus zeggen – stuivertje wisselen met kolen (nu 40 %) in de stroommix. Wind neemt ‘slechts’ van 4 tot 12 % toe, zon van 2 tot 10 %. Waterkracht zal ook in 2040 nog de grootste hernieuwbare bron zijn. De totale investeringen in de energievoorziening zouden jaarlijks € 1.760 miljard bedragen.

In een ambitieuzer scenario dat tweederde kans biedt om onder de 1,5 °C te blijven, neemt het aandeel hernieuwbaar toe tot tweederde van de stroommix. Het IEA is vaak bekritiseerd, omdat het hernieuwbare energiebronnen te pessimistisch zou beoordelen. ‘De modellen van het IEA lijken het begrip exponentieel niet te kennen’, reageert Auke Hoekstra van de TU/e bijvoorbeeld.

Het is van harte te hopen dat de prognoses van het IEA te conservatief zijn, maar we hebben niet de luxe om dat af te wachten. ‘De verwachte emissietrend vertegenwoordigt een enorm collectief falen om de milieugevolgen van energieverbruik op te vangen’, schrijft het IEA. De komende twee jaar komt er wereldwijd 160 GW aan windparken en 230 GW aan zonneparken bij, maar ook nog steeds 150 GW aan kolencentrales. Daar is eigenlijk geen ademruimte meer voor. Overheden zullen hoe dan ook sneller in actie moeten komen. Bestaande plannen zijn too little, too late.

Naar boven