Partner content

Stedin werkt mee aan grootschalige energietransitie

Armand van Wijck |
Energie, Milieu & Duurzaamheid

De transitie naar duurzame energie zit momenteel in een versnelling. We willen in 2050 van aardgas af, het opwekken en delen van duurzame energie neemt toe en de elektrische auto timmert flink aan de weg. Om overbelasting op het elektriciteits­netwerk te voor­komen, staat netbeheerder Stedin aan de vooravond van een grote omschakeling in denk- en werkwijze.

‘Laat ik vooropstellen Stedin in ieder geval niets voelt voor nog meer koper in de grond’, vertelt ing. Marko Kruithof, Manager Duurzaam en Vernieuwing bij Stedin. Met de transitie naar duurzame energie en de daarmee gepaarde toenemende vraag en aanbod van elektriciteit in de komende decennia zou Stedin de ondergrondse elektriciteitsleidingen tot wel acht keer moeten verdikken. ‘Maar hoe gaan we dan wel om met de toenemende druk op het netwerk? Dat zijn we momenteel uitgebreid aan het onderzoeken.’

Stedin ziet in ieder geval een aantal trends waarop het bedrijf zorgvuldig wil inhaken. De eerste daarvan is digitalisering: ICT gaat een steeds meer dominante rol krijgen in de energietransitie. ‘We kennen inmiddels al de smart homes waarin we alle elektrische apparatuur via apps aansturen’, aldus Kruithof. ‘Maar straks gaat het erom dat mensen ook energie met elkaar willen kunnen delen. We zullen dit moeten faciliteren met behulp van nieuwe software en hardware.’

In Utrecht onderzoekt Stedin deze mogelijkheden momenteel met LomboXnet: een proeftuin in de volksbuurt Lombok voor de ontwikkeling van smartgrids en nieuwe systemen die aansluiten bij de transitie naar duurzame energie. LomboXnet is een volledig smartgrid dat draait op zonnestroom. Kruithof: ‘We omsluiten het smartgrid via een app naar de bewoners. Daarnaast kan het zichzelf automatisch herstellen en omschakelen bij een fout. We moeten hier nog grote stappen in maken maar het is een belangrijke ontwikkeling, want hoe meer het netwerk digitaliseert, des te kwetsbaarder wordt het.’

Duurzame energie delen

Het bijzondere van LomboXnet is dat de bewoners met elkaar als gemeenschap de vraag- en aanbod van duurzame energie delen. Kruithof vertelt dat dit binnenkort ook in Reeuwijk zal gebeuren. Daar worden later dit jaar tweehonderd woningen opgeleverd waarvan de bewoners de duurzame energie met elkaar willen opwekken en delen. Deze nieuwe wijk heeft er alleen wel voor gekozen om zelf een netwerk aan te leggen en dit niet door Stedin te laten doen. ‘Maar omdat het systeem nog niet helemaal goed zal functioneren, komt er vooralsnog één aansluiting naar het netwerk van Stedin, als een soort van verzekeringspremie’, aldus Kruithof. ‘We willen als Stedin straks juist dit soort gemeenschappen helpen en waar het kan gesloten netwerken ook faciliteren, volledig toegespitst op dit nieuwe type klantbehoefte.’

Dat betekent dat Stedin een nieuwe werkwijze moet gaan hanteren. ‘Van oudsher zijn we een netbeheerder die altijd zelf het beste weet wat goed is voor de klant. Tot nu toe werkte dat prima, maar we moeten van deze gedachte afstappen willen we meegaan in de energietransitie. We kunnen het niet meer alleen en moeten meer gaan samenwerken met gemeentes, bewoners en lokale gemeenschappen. We zijn daarom tegenwoordig ook te benaderen als partner.’

'Straks gaat het erom dat mensen energie met elkaar willen delen'

Een stap verder is om de transitie naar duurzame energie voor alle huishoudens van Nederland betaalbaar en toegankelijk te maken. Kruithof: ‘Ik vind het belangrijk dat iedereen straks – ongeacht het inkomen en de ligging van de woning – toegang heeft tot duurzame energie. De toename van nul-op-de-meter en autarkische woningen juich ik toe, maar dat is helaas niet voor iedereen weggelegd. De grote vraag voor ons is nu dus hoe we de duurzame energietransitie kunnen socialiseren.’

Van Kruithof mag er hiervoor vanuit de landelijke politiek een grotere drang zijn naar de overstap naar duurzame energie, maar er moet ook meer ambitie komen vanuit gemeenten en provincies. LomboXnet is uiteindelijk tot stand gekomen mede omdat een wethouder zich hier met volle overgave voor heeft ingezet en daarbij ruimte in de regelgeving heeft gemaakt. ‘Vanuit Stedin heb ik ruim honderd gemeenten onder mijn hoede, ongeveer tien daarvan pakken het daadwerkelijk op en de overige zoeken nog naar vervolgstappen. Gemeenten kunnen veel versnellen door regelruimte te faciliteren.’

Omslag naar gelijkspanning

Een van de grootste katalysators in de transitie is volgens Kruithof de opslag van duurzame energie om zo flexibel met vraag en aanbod te kunnen omgaan. Met de huidige ontwikkelsnelheid is het geen gek idee dat particulieren accu’s voor de opslag van duurzame energie straks zelf voor een redelijke prijs kunnen halen bij een bouwmarkt om de hoek. Dat zou ook het energienetwerk enorm ontlasten.

Toch is er nog ruimte in het netwerk van Stedin om in de groeiende en veranderende vraag van de komende decennia te voorzien. Het netwerk is namelijk redundant: de belastingraad op een leiding is rond de 40 % zodat het bij een storing de stroom van een tweede leiding erbij kan nemen. Kruithof: ‘We hebben dus best nog wat ruimte. Maar met de snelle toename van onder andere elektrisch vervoer en bijvoorbeeld warmtepompen ontkomen we er uiteindelijk niet aan om de leidingen te verdikken. Er moet helaas meer koper in de grond, maar dat zullen we dan wel pas zo laat mogelijk doen.’

Als laatste levert een omschakeling van wisselspanning naar gelijkspanning voordelen op. Duurzame bronnen werken met gelijkspanning, dat conversievoordelen heeft waardoor er minder energieverlies is. ‘Al voorzie ik niet in de komende tien jaar een grootschalige uitrol van gelijkspanning in onze netwerken’, aldus Kruithof. ‘Eén ding weet ik wel zeker: intelligente meetsystemen gaan de komende tien jaar een dominante plek krijgen in de energietransitie. Daarnaast kan de ontwikkeling van energieopslag binnen afzienbare tijd zo maar voor een aangename verrassing zorgen.’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Stedin

Naar boven