Tips
Het gaat bijna altijd goed

Drinkwaterzaken op een rijtje gezet

Nederlanders zijn gewend aan goed drinkwater dat voor een luttel bedrag beschikbaar is. Het is hoogst zelden dat er geen water uit de kraan komt, of dat kraanwater verontreinigd is. Toch gebeurt er zoiets van tijd tot tijd. Wat er dan precies aan de hand is en wat daaraan gedaan wordt, is het onderwerp van het boek Het gaat bijna altijd goed.

De auteur is Ben Tangena, die een carrière van bijna veertig jaar achter de rug heeft in de Nederlandse drinkwatersector. Het viel hem op dat er wel veel gegevens zijn, maar dat er nauwelijks databestanden bestaan die een vergelijking van drinkwaterincidenten en de remedies daartegen mogelijk maken. En dus besloot hij na zijn pensioen de zaken zelf op een rij te zetten.

Het resultaat is indrukwekkend. Tangena inventariseert 101 incidenten uit met name Westerse landen. Hij verdeelt ze in chemische verontreinigingen, microbiologische verontreinigingen en fysieke schade. Uit deze categorieën vat hij 32, 39 respectievelijk 30 incidenten samen in tabellen en overzichten; van tien gevallen geeft hij een uitvoerige beschrijving.

De titel van het boek is voor tweeërlei uitleg vatbaar. In de eerste plaats zijn problemen met de drinkwatervoorziening zeldzaam. Het gaat dus inderdaad bijna altijd goed. En zelfs als er iets misgaat, loopt het vaak goed af. In de 101 incidenten telt Tangena bijna 45 miljoen getroffenen. Daarvan wordt net meer dan 1 % ziek en daar weer van komt ruim 1 % in het ziekenhuis terecht. Het aantal dodelijke slachtoffers is gering: 97.

Vrijwel alle slachtoffers vallen door microbiologische oorzaken. Dit komt vooral doordat het vaak lang duurt, voordat de oorzaak duidelijk is. Gemiddeld neemt dat elf dagen in beslag. Voordat de verontreiniging geheel is verdwenen, zijn door de bank genomen nog eens 33 dagen nodig. Bij fysieke schade en chemische verontreiniging is bijna altijd binnen een dag duidelijk wat er mis is en is de zaak binnen tien dagen opgelost.

Interessant is de categorie ‘moedwillige verstoring’. Hierin vallen bijvoorbeeld sabotage door ontevreden ex-werknemers van drinkwaterbedrijven, grappenmakers die kleurstof in het water doen (wat in 1981 gebeurde in Deurne) en terrorisme. Over dat laatste hoeven we ons weinig zorgen te maken. Uit de gegevens die Tangena boven water haalde, blijkt dat er op alle 5.000 gevallen van moedwillige verstoring welgeteld één keer sprake is van terrorisme.

Tangena besluit zijn boek met een oproep. Hij pleit voor meer wetenschappelijk onderzoek op basis van de beschikbare cijfers. Dat kan leiden tot een betere inschatting van risico’s, een groter begrip van het verloop van een incident en een snellere respons. Ook ziet hij graag normen opgesteld voor kortdurende blootstelling aan gevaarlijke stoffen en organismen. De huidige normen hebben namelijk alleen betrekking op levenslange blootstelling.

 

Deel deze pagina
Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Naar boven