Tips

Het vergroten van het allerkleinste

Wie droomt van een carrière als ontwerper of uitvinder, doet er wellicht goed aan te bestuderen hoe andere mensen hun vergelijkbare loopbaan hebben vormgegeven. Neem Ernst Ruska, de elektrotechnicus die in 1986 de Nobelprijs kreeg voor de elektronenmicroscoop, die hij 55 jaar daarvoor had ontwikkeld.

Het was geen geïsoleerd ontwerpproces waarop Ruska zich concentreerde; zijn ontdekking borduurde voort op een groot aantal experimenten, die daarvoor door diverse andere onderzoekers op het gebied van de elektronica waren verricht. Zo had Michael Faraday rond 1838 al onderzoek gedaan naar gasontladingsbuizen, instrumentmaker Heinrich Rühmkorff had de door Faraday bedachte inductiespoel vervolgens verbeterd, terwijl aan het eind van de 19e eeuw Ferdinand Braun had geëxperimenteerd met elektrische afbuigplaten in vacuümbuizen. Met name de buis van Braun vormde voor Ruska een handig opstapje naar de ontwikkeling van zijn elektronenmicroscoop. Dit gebeurde in het Laboratorium voor Hoogspanningsonderzoek in Berlijn, waar Ruska als student was gaan werken en waar hij in december 1930 afstudeerde op het ontwerp van een elektronenlens. ‘En toen, in het eerste kwartaal van 1931, bouwde Ernst Ruska pardoes een elektronenmicroscoop’, aldus de auteurs Dirk van Delft, directeur van Rijksmuseum Boerhaave en wetenschapshistoricus Ton van Helvoort, die over dat feit nog steeds verbaasd lijken. Ondanks het feit dat de microscoop slechts een zeer lage vergrotingsfactor had, was de eerste stap gezet. Ruska concentreerde zich vervolgens op het verbeteren van het instrument. In dezelfde periode volgde er een spannende strijd rond het verkrijgen van het patent op de elektronenmicroscoop, want Ruska was niet de enige wetenschapper die zich in die tijd met dit onderwerp bezig had gehouden. Frappant is in dit verband dat ene Reinhold Rüdenberg, werkzaam bij Siemens-Schuckertwerke, in mei 1931 de elektronenmicroscoop wist te octrooieren zonder dat hij aan de ontwikkeling daarvan had bijgedragen.

Het is een boeiend relaas, zeker gezien de maatschappelijke ontwikkelingen rond het opkomend nationaalsocialisme in Duitsland, welke ook aan de orde komen. Het slothoofdstuk is vermeldenswaardig: het beschrijft uitvoerig hoe dit boek op een bijzondere manier tot stand is gekomen. Alleen het eerste hoofdstuk komt uit de lucht vallen en zou straffeloos mogen verdwijnen. Hierin doen de auteurs pagina na pagina uit de doeken hoe de Nederlandse scheikundige Ben Feringa in 2016 de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen. Na een veel te uitgebreide uitleg over de bijbehorende festiviteiten en de familiebetrekkingen van Feringa komt naar voren dat er voor zijn nano-onderzoek een elektronenmicroscoop is gebruikt. Dit relatief actuele feit zou de lezer misschien tot verder lezen moeten aansporen, maar het was logischer geweest om deze gebeurtenis aan het eind van het boek in een beknopte vorm te behandelen.

Deel deze pagina
Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Naar boven