Tips

Nederland als grote speler bij uraniumverrijking

De Nederlandse fysicus Jaap Kistemaker was in Europa de eerste die uranium kon verrijken.

Direct na de Tweede Wereldoorlog leefde zowel bij wetenschappers als politici het idee dat kernenergie de energiebron van de toekomst zou zijn. De grote belangstelling voor deze techniek was een direct gevolg van de atoombomaanval op Hiroshima op 6 augustus 1945. ‘Nederlandse fysici waren met stomheid geslagen’, schrijft universiteitshistoricus Abel Streefland (TU Delft) in zijn boek over uraniumverrijking. ‘Het was de Amerikanen gelukt om in het geheim een bom te maken met verrijkt uranium als belangrijkste ingrediënt.’ In Nederland kreeg het onderzoek op dit gebied een stimulans doordat de Nederlandse regering al voor de oorlog 10 ton onbewerkt uranium in handen had gekregen. In 1945 richtte de toenmalige regering een commissie voor ‘Kernphysica’ op, die de mogelijkheden van uraniumverrijking zou gaan bekijken. Dit was een noodzakelijke techniek voor het laten draaien van kerncentrales, want in de natuur voorkomend uranium bevat een te laag percentage van het isotoop 235U om een kettingreactie te veroorzaken; bij verrijkt uranium is dit percentage wel hoog genoeg.

De jonge fysicus Jaap Kistemaker was toen al heel direct bij deze ontwikkeling betrokken, en was onder meer in opdracht van de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) naar Kopenhagen afgereisd om daar de mogelijkheden van massaspectrografie te kunnen bestuderen. De opgedane kennis was van belang voor de ontwikkeling van de elektromagnetische isotopenseparator, die door het scheiden van uraniumisotopen 235U kan opleveren. Kistemaker werkte tussen 1946 en 1955 aan dit apparaat. Volgens het boek wist hij hiermee in 1952 uranium te verrijken, andere bronnen, waaronder FOM, noemen overigens 1953 als jaartal.

Omstreeks 1955 begon Kistemaker aan een onderzoek naar ultracentrifuge, een andere techniek om uranium te verrijken, waarbij een extreem snel draaiende centrifuge 238U-isotopen van 235U-isotopen afscheidt. De eerste proefnemingen vonden plaats op het terrein van machinefabriek Werkspoor te Amsterdam, zandzakken dienden ter bescherming. Speciale aandacht ging uit naar de lagering van de centrifuge. De keuze viel daarbij op kogellagers; Shell leverde advies over de smering van de centrifuge.

Het zijn dergelijke details die het boek buitengewoon boeiend maken, al maakt de overdosis aan informatie het verhaal soms moeilijk te volgen. Want behalve de technische situatie rond de uraniumverrijking was er ook de kwestie rond het vermeende Naziverleden van Kistemaker en de beschuldiging dat hij betrokken zou zijn bij de ontwikkeling van een Duitse atoombom. Ondanks al deze perikelen bleef Kistemaker nauw betrokken bij de verrijking van uranium en ging ons land een steeds belangrijkere rol op dit gebied spelen.

Deel deze pagina
Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Naar boven