Tips

Spelen met water, zand en bootjes

Jan van den Berg |
Watermanagement, Werktuigbouw

Hendrik Lorentz is behalve Nobelprijs-winnaar natuurkunde ook de grondlegger van het waterloopkundig onderzoek in Nederland. Zijn wiskundige aanpak, waarmee hij in 1918 begon, leverde echter te weinig kennis op om de geplande Zuiderzeewerken van voldoende wetenschappelijke basis te voorzien.

Daarvoor waren ook modellen nodig, die vanaf 1920 bij de Technische Hogeschool Delft werden gebouwd onder leiding van Jo Thijsse.

In 1951 begint Thijsse met het maken van grote modellen in het Voorsterbos in de Noord-Oost-Polder. Tot 1996 werken ingenieurs, wiskundigen en modelmakers hier aan honderden modellen van havens, kanalen, koelwaterinlaten en andere waterloopkundige constructies. Eerst liggen de modellen in de open lucht; later worden steeds meer hallen gebouwd om de invloed van de wind uit te sluiten. De grootste hal, zo’n 25.000 m2, wordt in 1969 gebouwd voor modellen van de Ooster­scheldedam (schaal 1:80) en de wateren daar omheen (horizontale schaal 1:400).

Waterloopbos

Het boek Het Waterloopbos schetst in interviews met 25 voormalig medewerkers de geschiedenis van dit laboratorium. Afbeeldingen vullen dit aan tot een levendig beeld; de lezer kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat volwassen mannen hier vol overgave aan het spelen waren met water, zand en bootjes. Met als resultaat dat Nederland een grote naam opbouwde in de theoretische en toegepaste hydrodynamica.
Het Waterloopbos, zoals het gebied nu heet, is een monument en wordt verder ontwikkeld.

Het Waterloopbos

Deel deze pagina
Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Naar boven