Europese robotarm eindelijk aan de slag | Technisch Weekblad
Nieuws

Europese robotarm eindelijk aan de slag

Het eerste onderdeel van de robotarm van Dutch Space, een ellebooggewricht, is vorige maand met de Space Shuttle Atlantis meegenomen naar het ruimtestation ISS. De rest van de arm moet spoedig volgen. Na jaren vertraging kan de arm dan ook Russische ruimtewandelingen overbodig gaan maken.

De 11,3 meter lange robotarm ERA (European Robot arm), waarvoor de ESA 200 miljoen betaalde aan hoofdaannemer Dutch Space en acht andere Europese subaannemers, is tot nu toe alleen op zijn afzonderlijke onderdelen getest. ‘Onder de zwaartekracht op aarde zou de constructie van 630 kilogram direct bezwijken’, vertelt projectleider Philippe Schoonejans van de Europese Ruimtevaartorganisatie.

 

De arm, die lijkt op een reusachtige passer, heeft twee symmetrische delen van koolstofvezel, onderling verbonden met een ellebooggewricht. Beide delen, die in feite ieder een arm vormen, hebben een pols met drie gewrichten en twee grijphanden. De arm is in staat zelfstandig, zich steeds vastgrijpend aan vaste punten, over het Russische deel van het ruimtestation te klauteren.

 

De inmiddels al tien jaar op het ruimtestation aanwezige Canadese robotarm – onder meer verantwoordelijk voor de talrijke foto’s van de buitenkant van het ruimtestation – neemt al talrijke taken van Amerikaanse astronauten over, maar kan zich niet vastgrijpen aan het Russische deel van het ruimtestation. ‘Onze robotarm is zelfstandiger dan de Canadese’, vertelt Frank Meijboom van Dutch Space. ‘Hij kent zijn hele omgeving, want in het elektronische brein van de arm is het hele ruimtestation gedetailleerd ingeladen. Het is zelfs de grootste CAD-constructie ooit gemaakt.’

 

De belangrijkste taken van de arm zijn inspectie van het station van buiten, installatie, vervanging en uitvouwing van de zonnepanelen, en het tot op 3 mm nauwkeurig verplaatsen en hanteren van onderdelen, van camera’s tot een compleet lab. Zulke werkzaamheden moesten Russische astronauten tot nu toe doen tijdens riskante ruimtewandelingen. Het is de bedoeling dat de arm van buiten voorwerpen grijpt die astronauten van binnen in een speciale bijbehorende luchtsluis leggen. Die luchtsluis wordt onderdeel van het nieuwe Russische lab MLM. Alle andere onderdelen van de robotarm worden samen met dit MLM-lab gelanceerd, waarschijnlijk volgend jaar of het jaar daarop met een Russische Proton-raket, een onbemande raket uit 1965.

 

Bij taken die de arm zelf niet kan uitvoeren, moeten nog wel ruimtewandelingen worden gemaakt, maar de robotarm kan dan fungeren als verschuifbaar platform. Hij kan zowel van buiten als van binnen het station worden aangestuurd.

 

Met de lancering van het eerste onderdeel van de arm komt er eindelijk beweging in een jarenlange impasse. ‘Het belang van de lancering is groter dan louter de lancering van het ellebooggewricht’, zegt Schoonejans. ‘Deze lancering markeert de start van de operationele fase van ERA.’ Tijdens de vlucht zijn ook al de eerste onderdelen meegegaan van het Russische lab: een werkplatform, een luchtsluis en een radiator. Deze onderdelen zal de robotarm moeten gaan installeren.

 

De lancering van Europese robotarm was aanvankelijk gepland in 2002. Het Europese project is vertraagd door opschorting in het Amerikaanse Space Shuttle-programma en financieringsproblemen in Rusland.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW