Spotlight Europa: Grenzen aan klimaataanpassing binnen Europa | Technisch Weekblad
Nieuws

Spotlight Europa: Grenzen aan klimaataanpassing binnen Europa

| donderdag 24 maart 2022
Energie, Milieu & Duurzaamheid

 

Waar staan we nu?

 Onze huidige 1.1.℃ opwarming heeft in Europa al veel invloed op de ecologische en menselijke systemen. Sinds IPCC 5 is er een geweldige toename van vastgestelde of toegeschreven effecten van klimaatverandering in Europa waaronder ‘extreem weer’. Elkaar beïnvloedende gebeurtenissen van opwarming en neerslag komen veel vaker voor dan verwacht. Klimaatveranderingen leidden tot doden, schade aan ecosystemen, voedingssystemen, infrastructuur, energie en water, welzijn en welvaart.

De effecten variëren zowel binnen als tussen Europese regio’s en maatschappelijke groepen. Hierdoor is de ongelijkheid gestegen. Zuidelijke regio’s hebben het meeste last van de klimaatverandering. Denk daarbij aan de noodzaak tot extra koeling, en stijgende vraag naar water, lagere agrarische productie en watertekorten. Maar ook in streken richting de Noordpool treden schadelijke effecten op. Alhoewel er ook korte termijn positieve effecten zijn: oogsten zullen overvloediger zijn en bossen groeien sneller.

De natuurlijke habitat voor mens en natuur verandert snel: armere huishoudens hebben minder mogelijkheden om zich aan te passen aan of te herstellen van het snel veranderende klimaat.

De beschikbare opties om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen zijn sinds IPCC5 vergroot. Dat is te wijten aan een grotere maatschappelijke belangstelling en meer kennis om klimaatveranderingen tegemoet te treden. Verder zijn er daardoor ook grotere financiële budgetten ter beschikking gesteld. Waar moeten we aan denken bij dat gestegen bewustzijn en bijbehorende aanpassingsgedrag? De getroffen maatregelen voor aanpassing zijn eerder aanvullend dan nieuw en echt veranderend. Slechts op lokaal niveau zijn er structurele aanpassingen doorgevoerd (zie kader: Lokale structurele aanpassingen)

Vooral maatregelen tegen overstromingen en ‘early warning’ systemen tegen extreme temperatuurstijgingen hebben de sterftegraad in grote delen van Europa doen dalen. Maar aanpassingsmaatregelen in de private sector zijn beperkt waardoor veel bedrijven en regio’s niet of nauwelijks zijn voorbereid op de klimaatveranderingen. Er blijft een kloof bestaan tussen planning en uitvoering van aanpassingsmaatregelen.

 

Lokale structurele aanpassingen

Rotterdam is klimaat adaptief

Rotterdam is één van de voorlopers als het gaat om klimaatadaptatie. Rotterdam ligt in een delta. Oude stadshavens waar vroeger industrie was, zoals de Kop van Zuid, zijn ontwikkeld tot woongebieden. Die gebieden zijn op de lange termijn kwetsbaar voor overstromingsrisico’s. Rotterdam is verder voor een groot deel gebouwd in diepgelegen polders waar de kans op wateroverlast bij hoosbuien toeneemt. Ook kan de stad 's zomers behoorlijk heet worden en daalt de bodem bij langdurige droogte, wat tot schade aan woningen kan leiden.

Steden opnieuw inrichten

In Rotterdam pakken ze met klimaatadaptatie verschillende problemen tegelijk aan. We hebben een energietransitie, een biodiversiteitscrisis én we moeten ons aanpassen aan het nieuwe klimaat. Dat betekent een structurele verandering van hoe we steden moeten inrichten.

De afgelopen jaren heeft Rotterdam verschillende projecten op touw gezet, zoals waterbergende speelpleinen met extra watercapaciteit onder de grond. Ook is er onder de museumparkgarage de grootste waterberging van Europa aangelegd. En de blauwe verbinding is een waterroute die ook extra water kan opslaan, maar is daarnaast ook een mooi natuurgebied waar mensen kunnen kanoën.

 

foto:De Blauwe Verbinding in Rotterdam

 

 

De stad vergroenen

Er zijn de afgelopen jaren ook veel pilots ontwikkeld om Rotterdam te vergroenen. "We hebben een dakpark aangelegd op een parkeergarage en winkelcentrum," vertelt Visser. "Het park zorgt voor verkoeling en kan extra regenwater opvangen." Bij veel van dit soort projecten is er 'bottom-up' gewerkt: dus samen met bewoners en sociaal ondernemers. "Want zij weten het beste waar hun buurt behoefte aan heeft. Zo zijn er in het Oude Westen veel initiatieven om de buitenruimte te vergroenen en tegelijkertijd socialer te maken. Bijvoorbeeld met een een publieke binnentuin waar ook leuke activiteiten worden georganiseerd. Er is een geveltuinenproject waarbij de huizen in de Bloemkwekersstraat een kleine voortuin hebben gekregen. We willen dus niet alleen bakken voor regenwater onder snelwegen plaatsen, maar ook echt iets toevoegen aan de wijken.”

 

dakpark rotterdam foto: Het Dakpark in Rotterdam.Stichting Dakpark 

Flink opschalen

Hoewel er veel mooie projecten zijn gerealiseerd, is dit nog lang niet genoeg. Visser: "Om het grootser aan te pakken wil Rotterdam klimaatadaptatie meenemen in élk project in de stad. Als we woningen gaan verduurzamen, willen we ze gelijk klimaatadaptief maken. Als er rioleringen vervangen moeten worden of infrastructuur hersteld, dan hoort klimaatadaptie daarbij. Ook willen we iedereen erbij betrekken: woningcorporaties, waterschappen, projectontwikkelaars, het drinkwaterbedrijf en sociaal ondernemers. En we willen bewoners enthousiasmeren zodat ze ook hun eigen omgeving gaan vergroenen."

Wereldsteden

Rotterdam is een voorbeeldstad als het gaat om klimaatadaptatie. Delegaties uit heel de wereld komen naar Rotterdam om te kijken en te leren. De stad huisvest ook het Global Center on Adaption, een internationaal kennisinstituut met een hoofdkwartier in een drijvend kantoor. Ook is Rotterdam onderdeel van het C40-netwerk: 40 steden die zich inzetten om de klimaatcrisis te lijf te gaan. Want steden over heel de wereld werken al aan klimaatadaptatie.

 

foto: Het drijvende kantoor van de The Global Center on Adaptation in de Rijnhaven in Rotterdam, Global Center on Adaptation

Deventer

Vorig jaar investeerde de gemeente Deventer zo’n 11 miljoen euro in de openbare ruimte en infrastructuur. Hierbij ging het om onderhoud, maar ook om investeringen ter ondersteuning van de doelen uit het bestuursakkoord ‘Met lef en liefde voor Deventer’. Aandacht voor duurzame mobiliteit, met name de fiets, en voor klimaatverandering staan centraal.

Wethouder Frits Rorink: “We leggen de rode loper uit voor de fiets. In het buitengebied wordt asfalt vervangen door beton op de fietspaden. Beton is niet gevoelig voor wortelopdruk. Daardoor worden deze fietspaden comfortabeler. Door klimaatverandering moeten we meer rekening gaan houden met hitte, droogte maar ook wateroverlast. De openbare ruimte richten we zo in, dat die beter berekend is op een tekort of een teveel aan water en op lange, hete zomers. De aanpassingen verbeteren de leefomgeving en de leefbaarheid. We willen dat het ook in de toekomst prettig wonen en leven is in onze gemeente.”

Noot redactie: ook Amsterdam spant zich in voor verdere klimaataanpassingen. Zie het interview met Mark Nijman, Onderzoeker Waternet in deze editie van Technisch Weekblad over de verwerking van rioolwater.

 

Foto: Fietsen in Deventer

 

Welke toekomstige risico’s loopt Europa?

 

De opwarming zal in Europa sneller blijven verlopen dan het gemiddelde voor de aarde. Daarnaast zullen binnen Europa de verschillen in opwarming groter worden.

Voor Europa zijn er 4 Kern Risico’s vastgesteld wanneer de klimaatopwarming gemiddeld meer dan 3 graden bedraagt:

  • Hogere sterfte onder mensen en ontwrichting van overige ecosystemen. Vooral in Zuid- en West-Europa en verstedelijkte gebieden. De uren waarop mensen zich in de zomer ‘comfortabel’ voelen zullen dalen. Geschikte landelijke maar ook maritieme biotopen zullen onomkeerbaar verdwijnen of van samenstelling veranderen. Vuurgevoelige gebieden zullen zich verder over Europa verspreiden waardoor de biodiversiteit in gevaar komt maar ook meer koolstofuitstoot optreedt.
  • Lagere agrarische productie als gevolg van de combinatie hitte en droogte. Vooral in Zuid-Europa zal de maisproductie met ca. 50% dalen. Daar staat tegenover dat tarwe oogsten kunnen stijgen in Noord-Europa (hoewel de Oekraïne-oorlog deze ‘winst’ weer teniet zal doen). Irrigatie zou een effectief middel zijn om dit negatieve effect teniet te doen maar er zal een tekort aan water ontstaan
  • Watertekorten binnen diverse sectoren. Vooral in Zuid-Europa en het Midden-Westen van Europa en dan met name in de steden zullen watertekorten ontstaan. Vooral Europese steden zullen veel last gaan krijgen van de gevolgen van opwarming met name in de energievoorziening, logistiek en transport.
  • Gevolgen van overstromingen voor mensen, welvaart en infrastructuur. Door de opwarming zal de neerslag veranderen en het zeeniveau stijgen. Overstromingen zullen veel vaker voorkomen door de steeds snellere stijging van het zeewaterniveau. Overstromingen langs de kust zullen tegen het einde van de 21e eeuw 10x vaker voorkomen. Dit soort van overstromingen is dus een serieus gevaar voor kustgemeenschappen en hun culturele erfgoed.

 

Naast de genoemde Kern Risico’s bestaat het gevaar van import van klimaatrisico’s van buiten Europa. Dit als gevolg van de positie van Europa in de globale supply chain en gedeelde grondstoffen en (half-) fabrikaten. Niet uit te sluiten valt dat de klimaatrisico’s binnen Europa ook de financiële markten, voedselproductie en maritieme bronnen buiten Europa gaan beïnvloeden.

 

Waar komt de 2 ℃ limiet vandaan?

Nog los van de vraag of een 2 of 1,5 ℃ temperatuurstijging acceptabel is moeten we ons de vraag stellen: ‘welke baseline’ hanteren we? Wat is het referentiepunt?

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) verwijst vaak naar temperatuurstijgingen ten opzichte van de tweede helft van de 19e eeuw, maar het Akkoord van Parijs stelt dat de temperatuurstijgingen moeten worden gemeten vanaf "pre-industriële" niveaus, of vóór 1850. 

De oorsprong komt niet van de klimaatwetenschap, maar van een Yale-econoom, William Nordhaus.

Hij geloofde dat het redelijk zou zijn om klimatologische variaties binnen het "normale bereik van klimatologische variatie" te houden. Hij beweerde ook dat de wetenschap alleen geen limiet kan stellen; belangrijk is dat het rekening moet houden met zowel de waarden van de samenleving als de beschikbare technologieën. Hij concludeerde dat een redelijke bovengrens de temperatuurstijging zou zijn die men zou waarnemen bij een verdubbeling van de pre-industriële CO2-niveaus, die volgens hem gelijk stond aan een temperatuurstijging van ongeveer 2 ° C.

Nordaus zelf benadrukte hoe "diep onbevredigend" dit denkproces was. Het is ironisch dat een, op de achterkant van de sigarendoos, ruwe gok uiteindelijk een hoeksteen van het internationale klimaatbeleid werd.

De angst voor een abrupte klimaatverandering maakte het noodzakelijk om de temperatuurlimiet in de politiek te funderen. De grens van 2°C verplaatste zich naar de beleids- en politieke wereld toen deze werd aangenomen door de Raad van ministers van de Europese Unie in 1996

Deze korte geschiedenis maakt duidelijk dat de temperatuurlimiet is voortgekomen uit de kwalitatieve maar redelijke wens om veranderingen in het klimaat binnen bepaalde grenzen te houden: namelijk binnen wat de wereld in het relatief recente geologische verleden had ervaren om te voorkomen dat zowel de menselijke beschaving als natuurlijke ecosystemen catastrofaal zouden worden

 

Welke oplossingen, grenzen en kansen zijn er voor aanpassing?

Er komen steeds meer oplossingen beschikbaar voor klimaataanpassing zoals gedragsverandering, andere manier van bebouwing, veranderingen van landbouwmethoden, irrigatie, meer groenvoorzieningen, wateropslag, bescherming tegen extreme overstromingen etc. Er gebeurt wel het een en ander in Europa. Maar maatregelen zijn internationaal niet op elkaar afgestemd en nationaal is er nauwelijks afstemming van beleid, voorzover er sprake is van nationaal beleid. Er zijn wel een aantal steden (zie kader) die aanpassingsmaatregelen hebben genomen. Vaak in reactie op extreme klimaatgebeurtenissen. Kortom, in de landelijke politiek is er nog onvoldoende sense of urgence met als gevolg dat geen budgetten worden vrijgemaakt voor aanpassingen.

 

 

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!