Opinie&Analyse
Gerald Schut

Google is een half jaarsalaris waard, maar is dat genoeg?

Gratis onlinediensten tellen niet mee in het bruto nationaal product (bnp), hoewel ze onomstotelijk bijdragen aan onze welvaart. Maar hoeveel precies? Hoeveel zou je betalen voor Wikipedia, Google of Twitter als de diensten niet gratis waren? Een slim onderzoek van MIT en de Rijksuniversiteit Groningen gaf daar eerder dit jaar een goede indruk van. De onderzoekers vroegen aan grote groepen Amerikanen voor hoeveel geld ze bereid waren om het gebruik van een bepaald dienst te staken. Zo bleken gebruikers bereid om voor $ 48 per maand te stoppen met Facebook. Voor een jaar stoppen met streaming diensten als YouTube verlangden ze $1.173. Een jaar zonder zoekmachines was met afstand het duurst: ruim 17 duizend dollar, ofwel de helft van een modaal jaarsalaris! Email bleek per jaar $ 8.414 euro waard en gratis kaartendiensten $3.648.

Europese studenten mochten een prijskaartje hangen aan specifieke diensten. Voor een maand zonder Snapchat verlangden ze € 2,17. Voor LinkedIn €1,52. Een WhatsApp-loze maand deden ze niet voor minder dan het astronomische bedrag van 536 euro, terwijl Twitter op nul (!!) euro gewaardeerd werd. We besteden een steeds groter deel van ons leven op internet, en daardoor mist het bnp een steeds groter deel van de economie, stelt onderzoeker Erik Brynjolfsson.

Het verschil tussen hoeveel iemand bereid is te betalen voor een product en hoeveel het daadwerkelijk kost, heet het consumentensurplus. Het is de maat voor de welvaartswinst voor de gebruiker. In het geval van Alphabet (de grootste zoekmachine Google, de grootste gratis email-aanbieder Gmail en de grootste gratis kaartendienst Google Maps) is het consumentensurplus onvoorstelbaar groot, tot wel dertigduizend dollar per jaar. Zo beschouwd is Google de grootste weldoener van de afgelopen decennia.

Aan de andere kant luidt het devies van de waakzame burger: ‘als het gratis is ben jij zelf het product’. Dat werd vorige week nog eens onderstreept door twee fikse incidenten met Google als hoofdrolspeler. In de Wall Street Journal onthulde een klokkenluider dat Google onder de naam Project Nightingale de medische gegevens van 50 miljoen Amerikanen (inclusief naam en volledige medische geschiedenis) van verzorgingskoepel Ascension aan het binnenhalen is. Enkele dagen later bleek uit onderzoek van de Financial Times dat 79 % van de honderd populairste medische Britse websites zonder toestemming ‘third party cookies’ plaatsen, waarmee gebruikers over het internet gevolgd kunnen worden en gegevens over symptomen, diagnoses en medicijngebruik met externe partijen worden gedeeld. In vrijwel alle gevallen was Google advertentie-dochter DoubleClick betrokken.

Het is dan ook fantastisch nieuws dat Frankrijk en Duitsland eindelijk serieus werk lijken te gaan maken van een Europese tegenhanger van grote Amerikaanse tech-bedrijven. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar Europa zou gek zijn als het dit niet probeerde. Beter laat dan nooit.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW