Warmetransitie: samen slim en snel | Technisch Weekblad
Opinie&Analyse

Warmetransitie: samen slim en snel

Martijn Koop | vrijdag 12 juni 2020
Energie

Aardgasvrij in 2050; Nederland raakt ervan doordrongen dat we dit met elkaar afgesproken hebben in het Klimaatakkoord. Regelmatig horen we daarbij beleidsmakers zeggen: “de techniek is het probleem niet; daar komen we wel uit”. Dat is mooi,  zou je kunnen denken als ingenieursbranche, maar dat doen we niet. Deze column, dit pleidooi, gaat over het feit dat als de techniek niet hét probleem is, iets anders dat dan blijkbaar wel is. En over het feit dat techniek misschien niet het gróótste probleem is, maar dat  een oplossing pas in zicht komt als de verschillende disciplines – techniek, beleid, financiering – letterlijk bij elkaar komen.

Geld over de balk

Elke gemeente moet in 2021 een Transitievisie Warmte opleveren. Hierin presenteert de gemeente hoe de route naar aardgasvrij in 2050 eruit ziet. Op welk moment is welke wijk aan de beurt, en wat zijn daar de alternatieven voor aardgas? Die Transitievisies bieden handelingsperspectief voor alle betrokkenen, want in iedere Transitievisie staat in ieder geval  aan de hand van welke uitgangspunten de transitie vorm moet krijgen, welke stakeholders op welke manier betrokken zijn en hoe de organisatie en de participatie er uit moet zien op het moment dat de gemeente aan de slag gaat om Nederland aardgas vrij te maken.  Daarom schakelt elke gemeente inmiddels bij en worden in rap tempo nieuwe  medewerkers ingewerkt op het energie- of warmtedossier. Tegelijkertijd is 2050 nog ver weg en is de energietransitie niet het enige beleidsonderwerp op de agenda.

Dit heeft tot gevolg dat verschillende adviezen elkaar opvolgen binnen één en dezelfde gemeente. Van een Atlas naar een Kansenkaart, en van een Verkenning naar een Visie: allemaal adviezen met als onderwerp de energietransitie, soms voor verschillende interne opdrachtgevers en vaak met elk een eigen aanpak. In toenemende mate zien we daarbij een verschuiving van ingenieursbureaus, naar procesmanagers en naar communicatie- en participatieprofessionals. Als al die bureaus en disciplines na elkaar ingezet worden, is het risico groot dat werk dubbel gedaan wordt, wat meer kosten en langer durende onduidelijkheid met zich meebrengt.

Samen slim en snel

Het gebeurt nu dus soms dat opdrachtgevers rapport na rapport laten opstellen, dat voortbouwt op het vorige. Omdat inzicht voortschrijdt of  een invalshoek verandert. Dat voorkomen we als verschillende specialismen samenwerken om tot een visie -advies - te komen over de route naar aardgasvrij in 2050 (sommige gemeenten willen zelfs sneller). Techniek is daarbij heel belangrijk, maar draagvlak komt daar direct achteraan. En dat heeft, laten we eerlijk zijn, vaak te maken met kosten. Financiering – wie betaalt wat en wanneer – is dus een onderwerp dat ook aandacht verdient. Maar met het inzichtelijk maken van kosten, of zelfs het betaalbaar maken van oplossingen (hoe we ‘betaalbaar’ ook definiëren…)  is er nog geen draagvlak. Ook dat vraagt om actie en uitwerking, zo zien we ook bij het proces waarin de Regionale Energiestrategieën (RES) tot stand komen.

Hoe gaan we hier nu slim mee om? Hoe zorgen we dat we snelheid krijgen? Hoe voorkomen we dat we informatie verliezen, in de tijd en in de overdracht tussen allerlei partijen? Dat doen we door tegelijkertijd samen te werken. Door teams of consortia te vormen waarin alle benodigde disciplines uitgenodigd worden, en waarbij de gemeente (in het geval van de Transitievisies) de regie heeft. Stel je eens voor: een overzichtelijke, openbare plek  midden in de wijk waar specialisten letterlijk bij elkaar gaan zitten om hun kennis met elkaar te delen. Laptops open, whiteboards paraat. Alternatieven voor aardgas zijn talrijk, maar de aard van de woningen in de wijk maakt dat niet alle opties relevant zijn - aan elk van die opties hangt een prijskaartje, en hoe sneller het allemaal moet gebeuren, hoe hoger die kosten zullen zijn - wie draagt die kosten? - af is er ruimte om de deadline nog wat naar achteren te schuiven? - waarvoor is wél draagvlak? Met elk antwoord, schuiven de opties en dat leidt tot nieuwe vragen en uitdagingen.

Ontwerptafels en koplopers

Die vragen worden aan tafel, realtime gesteld én opgelost. Technisch-inhoudelijke kennis, financiële kennis en sociaal-maatschappelijke kennis zijn zo dimensies in één opgave, waarbij de kaders die de gemeente stelt, leidend zijn (tijd, geld, kwaliteit). Dat kan fysiek, op voldoende afstand en bij voorkeur op een zichtbare plaats midden in het werkgebied. Vanzelfsprekend kan dit ook digitaal. Feitelijk gaat het erom dat een aantal goed ingevoerde professionals ‘tegen elkaar aan’ rekenen, praten en tekenen, waarbij de gedragen en meest realistische oplossing al werkend – een beetje zoals met BIM – tot stand komt.

Dat vraagt om een opdrachtgever die het aandurft om écht- tegelijkertijd - samen te gaan werken en om wellicht verschillende soorten budgetten te verbinden aan deze ene opgave. Dan wordt het leuk, want elk van de specialisten met ieder een eigen bril, worden nu geconfronteerd met de werkelijkheidswaarde van zijn eigen focus. Samen zijn we sneller, slimmer en wordt het leuker. En het kán. In de gemeente Amsterdam wordt samengewerkt door maar liefst zes heel verschillende partijen om gemeentelijke Koplopers in de energietransitie te ondersteunen en dit netwerk van potentiele ambassadeurs exponentieel te laten groeien. Technisch-inhoudelijke kennis (DWA) wordt gecombineerd met proceskracht (Twynstra Gudde); de transitiepartner midden in de stad (Oranje Energie) trekt op met de sociale integrator  (De Kandidatenmarkt), met participatie-experts (Tertium) en creatieve communicatie  (Van de Jong).

Als Koninklijke NLingenieurs jagen we dit soort verbinding aan. Die brengen we tot stand in één of enkele sessies in de vorm van Ontwerptafels, waarbij we verschillende disciplines uitnodigen. Input voor een Ontwerptafel is een actuele vraag van een maatschappelijke partner. Dat kan een gemeente zijn, maar ook een regionaal overleg of een lokaal initiatief. In 2019 organiseerden we twee Ontwerptafels; de eerste over het onderwerp waterstof, op aanvraag van de federatie van technologiebranches (FHI), en een tweede over de transitie naar aardgasvrij. Aanvrager daarvoor was het initiatief Transform; de samenwerkende gemeenten Zutphen, Apeldoorn, Deventer en Zwolle. Leerpunten en voorbeelden die we verzamelen en die de energietransitie versnellen, delen we via alle kanalen die we als branchevereniging hebben.

Ben je geïnteresseerd in een (digitale) Ontwerptafel voor jouw transitie-opgave? Voor vragen kun je terecht bij programmamanager Jetze Visser via jetze.visser@nlingenieurs.nl of 06-13969420.

Drs. Martijn Koop is brancheambassadeur Energietransitie voor NLingenieurs en in het dagelijks leven werkzaam als adviseur bij DWA.

Als community Energietransitie van Koninklijke NLingenieurs willen we actief bijdragen aan de ambities van het Klimaatakkoord. Wij willen versnellen en verbinden en zo een actieve bijdrage leveren aan de Energietransitie. Nieuwsgierig naar wat wij allemaal doen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief www.nlingenieurs.nl/ledenservices/nieuwsbrieven/ of volg ons via de social media kanalen Twitter en LinkedIn. Lid en meer weten over het programma en de community Energietransitie? Meld je dan aan voor de ledenomgeving exclusief voor leden www.nlingenieurs.nl/loginregistreren